Xplorethenorth:Urho Kekkonen National Park, Fins Lapland

– 27° C geeft de thermometer aan bij de inkomhal van Ivalo airport, Finland’s meest noordelijke luchthaven. Ik wandel even rond op de parking om de atmosfeer van dergelijke vrieslucht in mij op te nemen. Ik doe mijn handschoen even uit om te swipen op het touchscreen van mijn smartphone en neem een foto van een privéjet, die eenzaam en alleen op de ijzige tarmac staat onder een verlichtingspaal, omgeven door de donkere arctische nacht. Meer dan een paar foto’s voor instagram kunnen er niet af vooraleer mijn vingertoppen protesteren. Ik doe mijn handschoen terug aan en begeef mij gauw naar de centrale hal van de luchthaven.

Met viltstift heb ik “Xplorethenorth” op een A4tje geschreven en begeef mij tussen de meute taxichauffeurs en reisbegeleiders, die mekaar staan te verdringen voor de poort waarlangs de arrivals straks naar buiten zullen komen. Nog even en ik zal kennismaken met mijn negen klanten, voor wie ik de komende dagen zorg zal dragen…

Acht dagen later en we staan allemaal terug in dezelfde hal te wachten op onze vlucht terug. Tien mensen die intussen geen vreemden meer zijn voor elkaar. Tien dagen verder en de Whatsapp groep loopt nog steeds vol berichten. Een reunie is in de maak…

In acht dagen kwam zowat alles aan bod wat Lapland te bieden heeft:

  • koud, helder weer (-20 tot -30, met een uitschieter naar -38)
  • sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Zelfs de bomen zagen helemaal wit van de sneeuw!
  • fenomenale natuurverschijnselen: noorderlicht, check! (het was de felste uitbarsting van het seizoen tot dan toe), zon met lichtzuil en halo, check! Volledige maansverduistering (bloedmaan), check!
  • Wilde dieren gespot: rendieren, moerassneeuwhoenen, taigagaaien en een eland. Check!

Qua activiteiten was het ook een best off Lapland:

  • een dayhike op ski’s en grillsaucissen bakken op kampvuur
  • snowscoot safari, inclusief verloren rijden off track (sorry :-S)
  • hondenslee excursie, gebracht door IWG klasgenote Sophie (Thanks!)
  • elke avond sauna en chillen in de zetel van de blokhut, bij de open haard
  • mini expeditie van drie dagen: per ski en pulka (door de mens getrokken slee) naar een wildernishut in het Urho Kekkonen National Park. Even back to basics in een blokhut zonder stromend water of elektriciteit. Leven van het eten dat we meegebracht hebben en genieten van de stilte en de omgeving.

Voor een beginnend gids was het ook best leerrijk:

  • blijkbaar krijg je zonder credit card je huurauto niet mee
  • eten kopen voor 10 man voor 8 dagen en de benodigde hoeveelheden inschatten is best moeilijk
  • er rijden verdomd weinig bussen in deze neck of the woods en taxi’s zijn duur!
  • navigeren met een snowscoot op onbekend terrein is geen goed plan
  • Jammer genoeg deed er zich een accident met de snowscoot voor, waardoor ik iemand naar het ziekenhuis heb moeten escorteren. Gelukkig is de persoon in kwestie er nog goed vanaf gekomen, maar hij heeft wel de expeditie moeten missen…

Tegelijkertijd was deze reis begeleiden ook een praktisch examen voor mijn IWG opleiding. Ik moest immers nog de winter proficiency test inhalen, die ik vorig jaar gemist heb (de summer proficiency test ging als volgt). Omdat er geen collega gidsen mee op pad gingen en er geen assessors zich konden vrijmaken om tot hier te komen, moest ik heel het gebeuren filmen en alzo verslag uitbrengen. En zo geschiedde…

 

 

 

Advertisements

Lapland here I come!

Lieve mensen, daar ben ik weer! Na een lange periode van radiostilte eindelijk weer even activiteit op deze blog. Ik ben nu namelijk gids voor Xplorethenorth en volgende week zal ik mijn eerste groep begeleiden in Fins Lapland.

Intussen heb ik weer even aan de noordse winter kunnen wennen tijdens een familiebezoekje in Zweden. De overgang tussen oud en nieuw was nog nooit zo leuk. A propos, de beste wensen voor 2019 en een gelukkig nieuwjaar! God Nytt År!

Hardangervidda, deel 2

Dag vier, 18 km

Op de ochtendbriefing werd de bom gedropt: uitgerekend op de dag dat er gewerkt zou worden rond het thema “change, and how to deal with it” confronteren we de groep met het nieuws dat er een nakende storm is. Stuart, de professor is er niet gerust in en wil zijn studenten veilig en wel terug in het dal. Maar op onze stappen terugkeren zou zonde zijn en die afstand halen we nooit op één dag. Nadat we de daily leader hebben geïnformeerd over de omvang van de storm, gaat hij in overleg met de groep, waarna er unaniem beslist wordt om vandaag in de richting van een wandelpad te trekken dat ons uiteindelijk terug naar het dal zou brengen ter hoogte van Espe. Doel is zoveel mogelijk kilometers te maken om zo dicht mogelijk bij de rand van het hoogplateau te zijn. Waar we een geschikte plek vinden om kamp op te slaan houden we halt en de dag van de storm zelf zullen we in onze tenten uitzitten. Daarna kunnen we afdalen en dat is dan het einde van onze expeditie.

Met het zwaard van Damocles boven onze hoofden vatten we de tocht aan. Iedereen voelt dat het menens is nu. Zelfs diegenen die anders wel eens durven klagen over het tempo houden hun mond en ploeteren dapper voort. Eigenlijk was dit als groep onze meest efficiënte dag. Er werd minder tijd verspild aan opties overlopen en meningen spuien, en lasten uit de rugzak werden herverdeeld om de fysiek minder bedeelden te ontlastten. We doorkruisten machtig terrein vol uitdagingen, zoals ravijnen ontwijken en rivieren doorwaden (tot drie maal toe!), wat de groep ertoe noopte om samen te werken.

Langzaam maar zeker kondigde de storm zich aan: de brandende zon en de warme lucht, die door het koufront werd voortgestuwd, maakten plaats voor een mistige nevel op grote hoogte. Tegen de avond was het al gevoelig frisser en wakkerde de wind ook aan. Jammer dat er onderweg weinig gelegenheid was om het landschap in je op te nemen omdat er haast mee gemoeid was. Het door enorme kliffen omringde meer van Kjetilsana zag er adembenemend uit en straalde zo’n oerkracht uit, dat het mij niet zou verbaast hebben moest er op dat eigenste moment een pterodactylus voorbij zweven of een stoet mammoeten passeren.

Uiteindelijk vinden we een beschutte plek aan de voet van een klif, die ons van de voorspelde stormwind zou beschermen. Tenten werden opgesteld en zo grondig als mogelijk verankerd. Rest ons alleen nog maar te eten en met anticipatie Thor met de hamer op zijn strijdwagen af te wachten…

 

Dag 5, rustdag

Om kwart voor zes ‘s ochtends slaat de storm toe. Ik wordt wakker van de windstoten die onze Hilleberg tent (toch wel de sterkste der tenten) doet dubbel plooien. Ik steek mijn kop terug in de slaapzak en probeer de slaap terug te vatten. Het is rustdag vandaag dus heb ik nog geen zin uit mijn warme nest te komen. En zeker niet wanneer de regen tegen het tentzeil roffelt.

Om 8u kruipen Karel en ik er toch uit om onze hoofden uit de tent te steken. Donkere wolken racen tegen een loden hemel, alsof ik een passagier ben op een straalvliegtuig dat Brussel Zaventem verlaat op een druilerige decemberdag. Ik bemerk dat de wind nu vanuit de andere richting komt en dat de strategisch gekozen kampplaats helaas geen enkele bescherming biedt tegen de wind. De druk in mijn blaas en het ei in mijn broek porren me aan mijn regenkledij aan te trekken en het nest te verlaten. Gelukkig zijn enkele rotsblokken wel goed georiënteerd en kan de natuur in alle rust zijn gang gaan.

We zekeren de tenten nog eens extra goed vast met reservekoord en grote stenen. Sommige piketten houden het niet in dit dunne substraat van keiige bodemvorming op solide rots. Binnen in de tent heerst er relatieve rust en zo lang de Britten thee kunnen drinken it’s all good. We nemen uitgebreid te tijd om te debriefen en nemen de rest van de dag tijd om onze legacy speech voor te bereiden. Op het einde van de expeditie moeten we immers speechen alsof we op ons sterfbed liggen. Daarbij horen een beknopte levenslijn, vroegste herinneringen, definitieve momenten die je leven hebben bepaald en een blik op waar jij jezelf in de toekomst ziet staan. Op het eind van je speech krijg je zo lang applaus tot je er genoegen mee hebt de ovatie volledig hebt geaccepteerd. Een beetje onwennig de aandacht wegwimpelen ziet er niet in en werkt dus averechts!

Jammer dat hetzelfde niet van de storm gezegd kan worden. Alsof we er nog geen genoegen mee hebben wakkert de wind nog aan en tegen de avond volgen er windstoten die de voorspelde 70km/u zeker overschrijden.

 

Dag 6, 16 km

Thor heeft zijn span nog niet op stal gezet. Het stormt nog steeds, als is de intensiteit wel gevoelig afgenomen. We worden wakker in een wit landschap, 10 cm sneeuw bedekt onze tent. Natte sneeuw, die stilaan teveel wordt voor onze 20 jaar oude tentbodem. Ik maak de bedenking dat ik -af en aan- sinds oktober vorig jaar in de sneeuw vertoef. Da’s acht maanden op een jaar dit jaar! Het kan me niet deren. Echte natuurelementen ervaren verkies ik toch boven het gematigde klimaat van saai België. Je hebt pas écht het gevoel ten volste te leven als je je nietig klein waant, als een onbeduidend klein insect, in de onmetelijk grote pure en wilde natuur, met al wat je nodig hebt om te overleven op je rug gebonden. De essentie ontdaan van alle ruis en verstrooiing van het dagelijks leven in de beschaving.

We vatten de terugtocht aan en dalen langzaam maar zeker af, terwijl bijna horizontale sneeuw ons in het gezicht slaat. Eens onder 1300 m wordt de sneeuw vervangen door regen. Als we de rand van het plateau bereiken klaart het op. We zien 1000 m lager de fjord glinsteren in de eerste zonnestralen die door het wolkendek priemen en doen spontaan een vreugdedansje.

De grootste beproevingen van de expeditie leken achter de rug. Nu is het enkel maar bergaf tot bij een fris getapte pint en een sappige hamburger… Not so. Het pad dat we volgen blijkt in geen jaren meer gebruikt te zijn. Eens terug binnen de boomgrens schiet er haast niks meer van over. We verliezen een goed uur met allerlei zijsporen te volgen in de hoop het originele pad terug te vinden. Uiteindelijk gaan we waar de kaart een pad aangeeft, maar waar alles om ons heen dichte jungle is. Naast wilderness instructor wordt ik nu gepromoveerd tot scout. Het wordt bushwhacken zonder machete en spoorzoeken zoals een coureur de bois. En hopen dat we niet stranden op een ravijn, want de fjordhellingen in Noorwegen zijn verdomd stijl.

Wanneer we onderweg een clearing tegenkomen met een blokhut die uit 1775 Anno Domine dateert, is het gevoel van verdwaling helemaal compleet. Alsof we zoals Rip Van Winkle in een time vortex zijn terecht gekomen, maar in plaats van 20 jaar vooruit, 243 jaar terug in de tijd zijn gereisd. Gelukkig zijn er in het interieur elementen uit de jaren ’50 tot ’90 van de vorige eeuw terug te vinden die suggereren dat de vortex wel zo erg niet zal zijn…

Langzaamaan kondigt de bewoonde wereld zich aan: brede brandwegen leiden ons uit de jungle en brengen ons via schapenweiden naar de eerste huizen die tegen de bergflank zijn genesteld. Aan de eerste asfalt houden we halt en bellen we een taxi doe ons naar Kinsarvik zal brengen. Omdat die taxi nog een eindje moet rijden, doen we ons tegoed aan de kersen van een kersenboom en worden we bij een vriendelijke familie op thee uitgenodigd. Ah well, all’s well that ends well!

 

Hardangervidda, deel 1

Het is juni. Nog geen week thuis van Finland en alweer de vlieger op. Naar Bergen in Noorwegen deze keer, met Bold Expeditions, een kersvers bedrijfje van enkele sympathieke Westvlamingen die ik heb leren kennen op het Banff Mountain Film Festival zo’n drie jaar geleden. Ze stonden er hun idee te promoten op een infostandje: managementstudenten meenemen op self supported trekkings in de wildernis, om hen uit te dagen, zichzelf te laten tegenkomen, hen te leren wat samenwerken is om op die manier tot het ware leiderschap te komen. Een outdoor leadership cursus dus.

Een nee heb je, een ja kan je krijgen heb ik van mijn vader zaliger geleerd. Zodus was ik op hen afgestapt met de vraag of ze nog gidsen konden gebruiken, hoewel ik toen geen enkele kwalificatie bezat of de nodige ervaring had. Drie jaar later heeft het me geen windeieren gelegd. En nu sta ik daar op het perron van het treinstation van Bergen, voor een bende MBA’s en EMBA’s van de University of Exeter en hun prof, als een veldsergeant de inhoud van hun rugzak te doorlopen voor een strenge audit van hun bagage. Een rugzak (en een rug ook wat dat betreft) kan maar zoveel dragen en wij instructeurs hebben hen nog 5 kg aan eten en een first aid kit per persoon uit te delen, alsook een rist van gemeenschappelijk gerief dat over 27 rugzakken verdeeld dient te worden, zoals tenten, kookvuurtjes, brandstof voor een week, de nodige potten en pannen en waterzuiveringspompjes.

De treinrit naar Voss was een eerste gelegenheid om de klandizie te leren kennen. MBA studenten komen uit heel de wereld. Naast Britten, waren er ook Colombianen, Taiwanezen, Chinezen, een Japanner, een Australiër, een Thaise, een Zuid Afrikaanse en een Amerikaan. Die werden op voorhand reeds verdeeld in vier groepjes. Elke groep heeft een coach en een wilderness instructor. De bedoeling is dat elke groep afzonderlijk opereert en gedurende zeven dagen zijn plan trekt op de Hardangervidda, een ruw hoogplateau en een National Park waar de natuur het nog voor het zeggen heeft. Pittig detail: de meesten onder hen zijn complete leken wat outdoor betreft. De coach bestudeerd de dynamiek tussen de groepsleden: wordt er goed samengewerkt, geluisterd, gedelegeerd? Bereiken ze hun doel: dagelijks kamp opbreken, navigeren met kaart en kompas, kamp opzetten en koken en na zeven dagen Kinsarvik bereiken? Hij coacht waar nodig en zorgt elke avond voor een debriefing waarin de groepsleden feedback over zichzelf krijgen. De wilderness instructor (dat ben ik) zorgt voor ondersteuning waar nodig. Hij waakt over de veiligheid van de groep, zorgt ervoor dat er niet verloren gelopen wordt en dat de groep bijeen blijft. Hij moet ingrijpen als het misloopt maar mag geen kant en klare antwoorden geven wanneer problemen zich voordoen. De bedoeling is immers dat de studenten zelf leren redeneren, overleggen en tot de juiste beslissingen komen.

Daarenboven heeft ieder van ons ter voorbereiding huiswerk meegekregen. In vier A4-tjes  moesten we onze zwakke punten aankaarten wat leiderschap betreft. Een enquête, kritisch ingevuld door naaste familie, vrienden en collega’s zou een ongezouten mening over ons functioneren moeten geven. Dagelijks werden de antwoorden stukje bij beetje meegegeven in feedback waarmee we aan de slag moesten om onszelf te verbeteren. Tijdens pauzes doen we oefeningen rond mindfullness, om zelfbewustzijn aan te wakkeren en slechte gewoonten en patronen in ons handelen te doorbreken. Elke avond wordt er uitgebreid gedebrieft om de vorderingen van de dag te bespreken. Serious business dus, maar technisch gezien was het les en er waren dan ook credits mee te verdienen.

Nog een busrit later en we stonden trekkerstentjes op te zetten op de camping van Odda, aan het einde van een immense fjord. Het zou voor velen de eerste keer in een tent slapen zijn…

Dag één. 11 Km.

D-day. Het Bold team (vier coaches, vier wilderness instructors, een cameraman en Bold CEO Bart Claeys stand by op home base aan de satelliet telefoon om onze whereabouts op te volgen en dagelijkse weerberichten door te sturen), 18 studenten en hun prof staan aan de voet van een 1000 m hoge beklimming. Het is broeierig warm en de zon schijnt fel in Skjeggedal (normaal regent het hier 300 dagen op een jaar). De anticipatie op wat komen zal is te snijden. Na een pep talk van topcoach Hannes Leroy worden 27 rugzakken op de rug gehesen en zet de karavaan zich in gang. Doel is uit het dal te klimmen, het hoogplateau op en het mythische Trolltunga te bereiken. Al gauw wordt duidelijk wie in vorm is en wie heeft nagelaten zich fysiek voor te bereiden.

Tegen dat de eersten het plateau bereiken, slaat het weer om. Donkere wolken komen aangerold en brengen regen mee. We besluiten halt te houden in een noodhut, die we prompt tot keuken en vergaderzaal bombarderen. Het vooruitzicht van lekker droog in een stapelbed te slapen wordt al gauw in de kiem gesmoord wanneer schaars geklede dagjestoeristen schutting zoeken voor het noodweer. Ongelooflijk hoe ignorant sommige mensen de bergen in trekken. Maar wij zijn op alles voorbereid en onze tentjes worden in de zompige wei rond de hut opgesteld. Het wordt een bonte avond wanneer drie Amerikanen, een Canadese en een Russisch-Oekraïens koppel  een kom soep delen en discussiëren over politiek. Dat één van hen (laten we haar het grote blonde niets noemen) openlijk opkomt voor haar keuze om op Trump te stemmen, is natuurlijk olie op het vuur van de discussie.

Dag twee. ? Km.

De volgende ochtend vervolgen we ons pad, nadat een bergreddingsteam een roundup heeft gedaan van alle schuilhutten, de verschopelingen van droge kleren heeft voorzien en het rapalje de bergaf escorteert. We houden even halt aan de Trolltunga en poseren op deze uitstekende rots voor de obligate kiekjes, al zien we niets van de 1000 m gapende afgrond waarboven we staan te balanceren vanwege een dichte mist die maar niet wil optrekken. Ideale omstandigheden dus om op kaart en kompas te beginnen oriënteren, want het is hier dat onze wegen scheiden. Nu is het elk team voor zich.

Het zal je niet verbazen dat we die dag nogal wat verloren rondjes gelopen hebben, met veel discussie over wat nu de beste course of action is. We lopen nu in de sneeuw, met slechts 10 tot 20 m zicht en die bergflank die we proberen omzeilen blijft maar voor ons opdoemen alsof de duivel ermee gemoeid is. Er rijst onenigheid over het te volgen traject: moeten we stijgen of dalen? Een pad volgen of op kompas gaan? Geen makkelijke dag voor de daily leader. Voor de kersverse wilderness instructor evenmin en ik moet flink mijn best doen om op de kaart te volgen waar we zijn.

Uiteindelijk houden we halt aan een kolkende rivier, die in een gapend gat onder de sneeuw duikt. Coach Hannes is ook ervaren alpinist en hij gaat als eerste over de sneeuwbrug die over deze waterval reikt. We zien nu dat we aan de rand van een meer staan waar drie watervallen met veel geweld hun water in lozen. Wanneer de mist enkele minuten wat optrekt is de magie compleet: zo een adembenemende omgeving en zoveel oerkracht doen ons besluiten kamp op te slaan aan de oever.

Dag drie. 13 Km.

Met tegenzin doe ik mijn natte kousen terug aan en stap ik in natte schoenen. Die hebben hun beste tijd gehad en zijn niet meer zo waterdicht als ik dacht. Het continue stappen door sneeuwvelden vergt teveel van hen. Heel de trekking lang zal ik koude, natte voeten hebben. Het enige reservepaar wollen kousen dat ik heb, reserveer ik voor s’ avonds in de tent.

De mist is intussen opgetrokken, de zon komt erdoor en in tegenstelling tot wat velen dachten is hogerop het terrein beter begaanbaar. Pas nu dringt de enorme schaal van de omgeving tot ons door. We flankeren Tyssevatnet, een groot meer vol ijsschotsen, maar lopen nog steeds op de uitgepijlde wandelroute. Dat klinkt minder evident dan je denkt: in Noorwegen is dat van steenhoopje naar steenhoopje navigeren. Met wat geluk vind je een verweerde rode “T” die op een rots is geschilderd. Sommigen in de groep hebben schrik dit “pad” te verlaten. Het is immers onze enige houvast in dit desolaat landschap. Gelukkig heeft de daily guide overredingskracht genoeg (dankzij mijn argumenten) om toch de uitdaging aan te gaan en op kompas van het pad af te wijken. Nu gaan we pas echt de wildernis in.

Even later staan we oog in oog met een kudde wilde rendieren, die met volle vaart langs ons heen galopperen. Hardangervidda is de plek waar de grootste kudde wilde rendieren van Europa leeft (er is een genetisch verschil tussen wilde rendieren en de gekweekte variant, die edoch ook in het wild leeft maar één maal per jaar wordt bijeengedreven door de fokkers). Ze verschieten evenveel van ons als wij van hen. Even verder komen ze tot stilstand, draaien ze hun koppen naar ons en staan ze wijdbeens, naar adem happend, ons aan te gapen. De adrenaline loopt door mijn lijf en ik kan het niet nalaten de neanderthaler in mij los te laten en een wilde oerkreet op hen los te laten, waarna de kudde zich weer in beweging zet. Achteraf zal iedereen beamen dat dit één van de hoogtepunten in heel de trekking zal zijn.

Ik kom tot de constatatie dat ik mijn zonnebril kwijt ben. Waarschijnlijk verloren in het vorige kamp. Da’s te ver om terug te keren… Ik gebruik vanaf nu mijn buffke om over mijn ogen te trekken als bescherming tegen de glare van de sneeuw. Bril verloren in een besneeuwd landschap. Hoe dom kan ik zijn…

Voor het eerst zien we Hårteigen in de verte, een donkere monoliet die als een puist uit het landschap steekt. Het doet wat denken aan Ayers rock uit Australië. Volgens plan zouden we daar naartoe moeten lopen om er bivak op te slaan halverwege de trekking. Het is het middelpunt van het national park en een must see. Door het noodweer van eergisteren en het geknoei van dag twee, weten we nu al dat dit niet haalbaar is.

Maar we laten de moed niet zakken. Na de tegenslagen van gisteren en het fantastische weer van vandaag met de spectaculaire ontmoeting, zit de sfeer erin en lijkt iedereen zijn ritme te vinden. We slaan kamp op op een plateau met weids uitzicht, wassen onszelf in een ijskoude waterval en genieten van een lekkere hap gevriesdroogd eten.

Plots biept mijn satelliet telefoon. Bericht van home base. Overmorgen wordt er een storm verwacht: regen, natte sneeuw en windsnelheden van 70km/u. Coach Hannes, cameraman Karel en ik besluiten de groep voorlopig in het ongewisse te laten en ze nog even te laten genieten van hun roze wolk. Morgen wordt het alle hens aan dek om afstand af te leggen en een veilig onderkomen te zoeken, zo dicht mogelijk bij een exit uit het plateau voor het geval de storm te erg wordt…

Wordt vervolgd!!!

 

 

 

Het zit er (voorlopig) op!

Ja jongens, ik weet niet hoe ik me erbij moet voelen, maar de belangrijkste test zit er op! Morgen krijgen we feedback en volgende nacht zit ik alweer op de nachttrein van Tampere naar de luchthaven van Helsinki. Ik mis mijn gezinnetje enorm en het is goed geweest. Ik wil naar huis en spring weldra in een vliegmachien om hen terug te zien. Maar het zal ook de laatste keer zijn dat ik hier komt dit jaar en morgen is het definitief (?) afscheid van mijn klasgenootjes…

Terwijl de klasgenoten een vrije dag hadden om zich voor te bereiden voor de opkomende proficiency test (zie verder) , heb ik enkele determinatie tests afgelegd: 84 vogels, 32 vogelgeluiden,  23 insecten, enkele ongewervelden, spinnen, teken, reptielen en kikkers vanbuiten geleerd en met glans afgelegd. Resten er nog een 100-tal planten die ik februari volgend jaar zal afleggen. Dan moet ik immers naar Finland terugkeren om de  winter proficiency test af te leggen. Die heb ik namelijk gemist vanwege de nakende geboorte van onze jongste.

Proficiency tests zijn de praktische examens die we moeten afleggen voor de staat, om te bewijzen dat we volleerde wildernisgidsen in spé zijn en het brevet wildernisgids verdienen.

Nu was het de beurt dus aan de zomer proficiency test. Daarin kunnen alle wilderness skills die we het afgelopen jaar geleerd hebben aan bod komen. Genoeg stof om te herhalen dus. Bovendien moeten we elk een presentatie geven over een door ons gekozen onderwerp, in de natuur, over de natuur en voor echt cliënteel.

Aldus werden enkele immigranten (drie Afghani, twee Irakezen en een Burundees) (vrijwillig) uit de les Fins voor nieuwkomers geplukt om met ons een dagje op stap te gaan in de Finse natuur. Het moet niet gemakkelijk geweest zijn om 6u lang te moeten luisteren naar gidsen in spé, maar die gasten hebben ongelooflijk hun best gedaan om aandachtig te blijven en te luisteren. En ja, af en toe werd er zelfs een vraag gesteld. Zo heb ik een halfuur/ drie kwartier een uitweiding gegeven over de ecologie van het bos en de bomen, onderwijl aandachtig in het oog gehouden door twee assessors. Zij kijken of wij interactief omgaan met het cliënteel, of we hun aandacht kunnen houden, of de inhoud oké is en hoe onze materie presenteren.

Daarna werden we naar onze kampplaats gebracht, waar ons gevraagd werd een mes, vork en lepel uit hout te snijden. Vervolgens moesten we onze shelters voor de nacht optrekken, voorzien van haardplaats. Eenmaal dat geïnspecteerd was, was het tijd voor de kookopdracht.

Elk kreeg een volledige baars, enkele wortelen, ajuinen, aardappelen, roggebrood, salade, tomaten en komkommers mee. Verder konden we beschikken over olie, boter, bloem, peper, zout, viskruiden en room. Met deze ingrediënten moesten we terug naar onze shelters en binnen 1,5 uur een maaltijd gekookt hebben op onze trekking-kookvuurtjes (vanwege brandgevaar konden we geen kampvuren aanleggen). De vis moest op de juiste manier van ingewanden ontdaan en gefileerd zijn en het geheel moest met zorg voor hygiëne zijn bereid (niet simpel in wildkampeer omstandigheden!). Verder mocht iedereen zelf beslissen welk gerecht zij zouden maken. Sommigen kozen voor een vissoep, ik heb het bij een stamppot gehouden. Koken is niet echt mijn grootste talent… Eens klaar, werd de dis geïnspecteerd door de assessors. Hyvää was hun verdict (of wat ik er toch van heb kunnen verstaan), wat niet meer of minder als “goed” betekent. En ook het woord “delicious” was gevallen, dus eind goed al goed. De presentatie vonden ze ook leuk. Jammer dat ik er geen foto’s van heb, maar al mijn kookpotten en de salade waren uitgestald op schijfjes gezaagde boomstronk. Roeien met de riemen die je hebt heet dat dan.

DSCN6915

De volgende ochtend 6u moesten we binnen het uur een hartig ontbijt van havermout, toast met salade en spek met eieren kunnen presenteren, om vervolgens de shelters af te breken, waarna onze rugzakken onder de loep werden genomen. Wat hebben we allemaal mee? Zit er een EHBO- vuurmaak- en reparatiekit in (onmisbaar voor een gids)? Kunnen we het geheel een beetje ordelijk en volgens de regels in de rugzak stapelen?

De volgende proef bestond erin om de coördinaten waar we ons bevinden op een gps terug te vinden en uit te zetten op een topokaart. Vervolgens moesten we een vislijn assembleren en de juiste haak voor het vangen van snoek erop monteren. Terwijl we demonstratief de vislijn uitgooien werden ons allerlei vragen gesteld over Finse wetgeving wat vissen betreft.

En dan op pad met volle bepakking voor een wandeltocht van 15km, waarbij we om beurten met kaart en kompas in rechte lijn door het bos moesten navigeren. Wie de leider is, speelt gids, al de rest speelt klant. De assessors letten dan of je geen navigeer fouten maakt, of je aandacht hebt voor het tempo van de groep, of je duidelijk informeert over de te volgen route en of je onderweg de natuurfenomenen om je heen kunt uitleggen. Tijdens de pauzes werd ons gevraagd enkele touwknopen toe te passen, of hoe je een mes moet slijpen. Welke steen kies je eerst? Welke beweging dien ik te maken? Welke steen volgt daarop? En wat met de diamantslijp en stropriem?

Ondanks de vele opdrachten en de anticipatiestress, was er toch een gemoedelijk sfeertje. De assessors waren best toffe pee’s die zelf interessante dingen konden vertellen over de natuur, waarvan ik toch één en’t ander opgestoken heb. Als kers op de taart zagen we een eland: een jong kalf dat gemoedelijk aan te verse blaadjes van een jonge berkenboom zat te knabbelen op zo’n 25 m van ons, net toen we aan onze minibusjes uitkwamen. Daar heb ik nu al lang van gedroomd zie, om dat eens van dichtbij te zien!

Morgen feedback, maar daarjuist wilden de assessors toch al even kwijt dat ze onder de indruk waren van onze groep, en dat dat niet elk jaar zo is… 😉

Paddling trip

“This is not a holiday!” roept Niels bij tijd en wijlen vanuit zijn kano. We zijn op kano- en kayaktocht voor 5 dagen, om te leren navigeren op water en stroomversnellingen met whitewater level 1 en 2 te overwinnen. Educational dus, volgens Leraar Mikko. Maar de gemoedelijke sfeer, het zomerse zonnetje (25 graden!) en het feit dat we kamperen op designated campsites geven het geheel toch een vakantiesfeertje.

Na 9 maanden IWG hoeven Mikko en Henkka ons natuurlijk niets meer uit te leggen wat kamperen betreft. Ook de persoonlijke voorbereidingen wat betreft uitrusting en eten voor 5 dagen zijn intussen routine geworden. Al mijn gerief in een reeks drybags krijgen en in de bagageruimte van een kayak wurmen is andere koek. Anderen kregen een plastieken ton toegewezen, waarin al hun uitrusting op de kano gebonden wordt. Voor de rest zouden we elk de kans krijgen zowel met de kayak als met een open kano te varen.

Elk heeft zo zijn voor- en nadelen. Een kayak is wendbaarder en sneller, maar het is toch even wringen en wroeten vooraleer voetsteunen op je beenlengte zijn afgesteld, de portholes van de bagageruimten waterdicht zijn afgesloten en het spraydeck om je middel is omgord. Een kano heeft veel ruimte en bewegingsvrijheid, maar vereist meer coördinatie wat sturen betreft. De persoon vooraan staat in voor brute kracht, de persoon achteraan is de kapitein die stuurt en bevelen geeft aan de voorste. Er komt meer bij kijken dan peddelen alleen, geloof me. “Elbows locked! Trunk rotation!” roept Henkka regelmatig, of “Where are your J’s!” Als er twee kapiteins aan boord zijn gebeuren er rare dingen, zoals kapseizen in een stroomversnelling, zoals Henkka en Hervé mochten ervaren! Dat een open kano sneller met water vult hebben ze geweten.

Begrippen als “backpaddle”, “drawstroke” en “ferry” zijn voor ons geen vreemden meer in het omgaan met wildwater. “Aim for the V”, “backpaddling buys time”, “ferry back and forth to scout your route”, “stern points at where you want to go”, “surf the haystack” en “rest in the eddy” zijn nog zo’n technische termen die ik hier niet uit de doeken ga doen.

Kanovaren in Finland betekend vooral grote meren oversteken, tussen eilandjes laveren en naar het volgende meer doorsteken via korte riviertjes met stroomversnellingen. Wie echt wildwater avontuur wil beleven, moet elders zijn. Maar de natuur aan de kant is prachtig, de talrijke vakantiehuisjes zijn dat ook en onderweg konden we onze natuurkennis testen. Meermaals vraagt leraar Henkka welke vogel ginds te zien is, of welk vogelgeluid te horen is, of welke waterplant daar aan de oever groeit. Als bijna volleerd wildernisgids sta ik er zelf van te kijken wat we intussen al kunnen herkennen.

Fitis, vink, bonte vliegenvanger, koperwiek, parelduiker, wilde zwaan, wintertaling, slobeend, brilduiker, grote zaagbek, visarend, torenvalk, kraanvogel, watersnip, wulp, witgatje, oeverloper, stern, koekoek,… ze passeren allemaal de revue.

De rust op het water wordt al te snel verstoord eens we aan wal gaan: dan worden we belaagd door duizenden muggen. Alleen onder het muskietennet zit je veilig, hoewel het gezoem van de muggen genoeg is om de stresswaarden in het bloed op peil te houden. Eten doe je al wandelend, om de zwerm op een afstand te houden. Soms is het gewoon beter om terug een kano in te stappen om deze vampieren te ontwijken, of om tijd te doden op het water. Zo deden Mikko en Henkka hun schifting van 119 aanvragen voor de 16 plaatsjes van volgend jaar vanop een kano. Zo gaat dat dus, geselecteerd worden voor IWG…

Ik ben vooral gaan vissen, met wisselend succes. Wel eerst een vergunning aanvragen natuurlijk. Dat kan online en kost bijna niets. Gratis eten zal uw deel zijn! Er zit hier vooral baars en snoek. Kleintjes aan de rand van het water, grotere in het diepe. Zo had ik een snoek van wellicht een meter te pakken, maar het bleek geen match te zijn voor mijn lichte vislijn. Het ding verdween weer in de diepte, met mijn haak, wobbler en al. Ik wil vooral niet denken hoe dat beest nu de rest van zijn dagen moet slijten met een haak in zijn kaak…

Hoewel Snoek een minderwaardige reputatie heeft (vanwege vele graten), smaakt het voortreffelijk, gebakken met veel boter en zout. Met de juiste fileertechniek kan je hem zonder graten op je bord krijgen. Met dank aan Markus voor zijn know-how 😉

En zo verliepen 5 zomerse dagen smooth like water… Volgende week praktisch examen en dan zit IWG er voor mij op voorlopig op. De rest van de crew zal nog een week doorbrengen op een eiland in de Baltische archipel om er met de zeis gras te maaien ten behoeve van een zeldzame orchidee, gevolgd door de laatste determinatieproeven en een grote fuif ter afsluiting.

Ik daarentegen zal nog eens moeten terugkomen in februari 2019 om een gemist praktisch examen in te halen, alsook mijn laatste determinatieproef te doen (een 100-tal planten herkennen). Dan zal ik even mogen kennismaken met de volgende 16 studenten. Ik ben eens benieuwd wie Mikko en Henkka geselecteerd hebben op die bewuste avond, vanuit hun kano op het Lahnajärvi meer… !

Intussen (2)…

… ben ik weer in Finland! Voor de -voorlopig- laatste keer (volgend jaar in februari moet ik nog eens terug om een gemist praktisch examen in te halen). Staan op het programma: een week trekken per kano en kayak en een paar dagen praktisch examen.

Het is zo dat onze opleiding een cursus is die ons klaarstoomt om een staatsexamen af te leggen. Wie slaagt krijgt het officiële brevet van wildernisgids. Wie uit zichzelf alle theorie en praktijk kent, kan aan het examen deelnemen en slagen. Onze opleiding is dus geen verplichting, maar het helpt wel 😉

Op het examen worden we verwacht een groep examinatoren per kaart en kompas door het bos te begeleiden. Om beurten nemen we de leiding van het traject en dienen we ondertussen wat uitleg te geven over de natuur om ons heen. Dan slaan we kamp op en wordt ons het vuur aan de schenen gelegd wat onze verworven kennis betreft. Hoe maak ik vuur? Hoe houd ik mijn mes en bijl scherp? Welke knopen ken ik? Hoe dien ik mij te kleden op een expeditie? Hoe vul ik mijn rugzak het beste? Kan ik EHBO toepassen? Hoe gebruik ik GPS (wel een goeie, hebben we nooit geleerd of gebruikt!)? We krijgen een resem ingrediënten waarmee we op houtvuur een maaltijd moeten koken en nadien nemen we een examinator mee per sloep een meer op. We moeten visgerij visklaar maken (volgt u?) zodat de examinator kan gaan vissen. Dag twee bestaat in rondleiding geven aan immigranten, voor wie het misschien de eerste keer in hun leven is dat ze in een bos vertoeven. Zo zal ik een uur volpraten over de ecologie van bomen. Maar over dat examen later meer…

In afwachting van het examen en de paddling trip, ben ik erop uit getrokken om mijn vistechnieken nog wat te oefenen. Het treft dat het hier in het hoge noorden beter weer is dan in de rest van Europa. Temperaturen bereiken vlotjes 20-25 graden en alles staat in bloei. Wat een schril contrast met een maand terug, toen alles nog kaal en grauw was, ijs de meren nog bedekte en sneeuw op de grond lag…