Hardangervidda, deel 2

Dag vier, 18 km

Op de ochtendbriefing werd de bom gedropt: uitgerekend op de dag dat er gewerkt zou worden rond het thema “change, and how to deal with it” confronteren we de groep met het nieuws dat er een nakende storm is. Stuart, de professor is er niet gerust in en wil zijn studenten veilig en wel terug in het dal. Maar op onze stappen terugkeren zou zonde zijn en die afstand halen we nooit op één dag. Nadat we de daily leader hebben geïnformeerd over de omvang van de storm, gaat hij in overleg met de groep, waarna er unaniem beslist wordt om vandaag in de richting van een wandelpad te trekken dat ons uiteindelijk terug naar het dal zou brengen ter hoogte van Espe. Doel is zoveel mogelijk kilometers te maken om zo dicht mogelijk bij de rand van het hoogplateau te zijn. Waar we een geschikte plek vinden om kamp op te slaan houden we halt en de dag van de storm zelf zullen we in onze tenten uitzitten. Daarna kunnen we afdalen en dat is dan het einde van onze expeditie.

Met het zwaard van Damocles boven onze hoofden vatten we de tocht aan. Iedereen voelt dat het menens is nu. Zelfs diegenen die anders wel eens durven klagen over het tempo houden hun mond en ploeteren dapper voort. Eigenlijk was dit als groep onze meest efficiënte dag. Er werd minder tijd verspild aan opties overlopen en meningen spuien, en lasten uit de rugzak werden herverdeeld om de fysiek minder bedeelden te ontlastten. We doorkruisten machtig terrein vol uitdagingen, zoals ravijnen ontwijken en rivieren doorwaden (tot drie maal toe!), wat de groep ertoe noopte om samen te werken.

Langzaam maar zeker kondigde de storm zich aan: de brandende zon en de warme lucht, die door het koufront werd voortgestuwd, maakten plaats voor een mistige nevel op grote hoogte. Tegen de avond was het al gevoelig frisser en wakkerde de wind ook aan. Jammer dat er onderweg weinig gelegenheid was om het landschap in je op te nemen omdat er haast mee gemoeid was. Het door enorme kliffen omringde meer van Kjetilsana zag er adembenemend uit en straalde zo’n oerkracht uit, dat het mij niet zou verbaast hebben moest er op dat eigenste moment een pterodactylus voorbij zweven of een stoet mammoeten passeren.

Uiteindelijk vinden we een beschutte plek aan de voet van een klif, die ons van de voorspelde stormwind zou beschermen. Tenten werden opgesteld en zo grondig als mogelijk verankerd. Rest ons alleen nog maar te eten en met anticipatie Thor met de hamer op zijn strijdwagen af te wachten…

 

Dag 5, rustdag

Om kwart voor zes ‘s ochtends slaat de storm toe. Ik wordt wakker van de windstoten die onze Hilleberg tent (toch wel de sterkste der tenten) doet dubbel plooien. Ik steek mijn kop terug in de slaapzak en probeer de slaap terug te vatten. Het is rustdag vandaag dus heb ik nog geen zin uit mijn warme nest te komen. En zeker niet wanneer de regen tegen het tentzeil roffelt.

Om 8u kruipen Karel en ik er toch uit om onze hoofden uit de tent te steken. Donkere wolken racen tegen een loden hemel, alsof ik een passagier ben op een straalvliegtuig dat Brussel Zaventem verlaat op een druilerige decemberdag. Ik bemerk dat de wind nu vanuit de andere richting komt en dat de strategisch gekozen kampplaats helaas geen enkele bescherming biedt tegen de wind. De druk in mijn blaas en het ei in mijn broek porren me aan mijn regenkledij aan te trekken en het nest te verlaten. Gelukkig zijn enkele rotsblokken wel goed georiënteerd en kan de natuur in alle rust zijn gang gaan.

We zekeren de tenten nog eens extra goed vast met reservekoord en grote stenen. Sommige piketten houden het niet in dit dunne substraat van keiige bodemvorming op solide rots. Binnen in de tent heerst er relatieve rust en zo lang de Britten thee kunnen drinken it’s all good. We nemen uitgebreid te tijd om te debriefen en nemen de rest van de dag tijd om onze legacy speech voor te bereiden. Op het einde van de expeditie moeten we immers speechen alsof we op ons sterfbed liggen. Daarbij horen een beknopte levenslijn, vroegste herinneringen, definitieve momenten die je leven hebben bepaald en een blik op waar jij jezelf in de toekomst ziet staan. Op het eind van je speech krijg je zo lang applaus tot je er genoegen mee hebt de ovatie volledig hebt geaccepteerd. Een beetje onwennig de aandacht wegwimpelen ziet er niet in en werkt dus averechts!

Jammer dat hetzelfde niet van de storm gezegd kan worden. Alsof we er nog geen genoegen mee hebben wakkert de wind nog aan en tegen de avond volgen er windstoten die de voorspelde 70km/u zeker overschrijden.

 

Dag 6, 16 km

Thor heeft zijn span nog niet op stal gezet. Het stormt nog steeds, als is de intensiteit wel gevoelig afgenomen. We worden wakker in een wit landschap, 10 cm sneeuw bedekt onze tent. Natte sneeuw, die stilaan teveel wordt voor onze 20 jaar oude tentbodem. Ik maak de bedenking dat ik -af en aan- sinds oktober vorig jaar in de sneeuw vertoef. Da’s acht maanden op een jaar dit jaar! Het kan me niet deren. Echte natuurelementen ervaren verkies ik toch boven het gematigde klimaat van saai België. Je hebt pas écht het gevoel ten volste te leven als je je nietig klein waant, als een onbeduidend klein insect, in de onmetelijk grote pure en wilde natuur, met al wat je nodig hebt om te overleven op je rug gebonden. De essentie ontdaan van alle ruis en verstrooiing van het dagelijks leven in de beschaving.

We vatten de terugtocht aan en dalen langzaam maar zeker af, terwijl bijna horizontale sneeuw ons in het gezicht slaat. Eens onder 1300 m wordt de sneeuw vervangen door regen. Als we de rand van het plateau bereiken klaart het op. We zien 1000 m lager de fjord glinsteren in de eerste zonnestralen die door het wolkendek priemen en doen spontaan een vreugdedansje.

De grootste beproevingen van de expeditie leken achter de rug. Nu is het enkel maar bergaf tot bij een fris getapte pint en een sappige hamburger… Not so. Het pad dat we volgen blijkt in geen jaren meer gebruikt te zijn. Eens terug binnen de boomgrens schiet er haast niks meer van over. We verliezen een goed uur met allerlei zijsporen te volgen in de hoop het originele pad terug te vinden. Uiteindelijk gaan we waar de kaart een pad aangeeft, maar waar alles om ons heen dichte jungle is. Naast wilderness instructor wordt ik nu gepromoveerd tot scout. Het wordt bushwhacken zonder machete en spoorzoeken zoals een coureur de bois. En hopen dat we niet stranden op een ravijn, want de fjordhellingen in Noorwegen zijn verdomd stijl.

Wanneer we onderweg een clearing tegenkomen met een blokhut die uit 1775 Anno Domine dateert, is het gevoel van verdwaling helemaal compleet. Alsof we zoals Rip Van Winkle in een time vortex zijn terecht gekomen, maar in plaats van 20 jaar vooruit, 243 jaar terug in de tijd zijn gereisd. Gelukkig zijn er in het interieur elementen uit de jaren ’50 tot ’90 van de vorige eeuw terug te vinden die suggereren dat de vortex wel zo erg niet zal zijn…

Langzaamaan kondigt de bewoonde wereld zich aan: brede brandwegen leiden ons uit de jungle en brengen ons via schapenweiden naar de eerste huizen die tegen de bergflank zijn genesteld. Aan de eerste asfalt houden we halt en bellen we een taxi doe ons naar Kinsarvik zal brengen. Omdat die taxi nog een eindje moet rijden, doen we ons tegoed aan de kersen van een kersenboom en worden we bij een vriendelijke familie op thee uitgenodigd. Ah well, all’s well that ends well!

 

Advertisements

Hardangervidda, deel 1

Het is juni. Nog geen week thuis van Finland en alweer de vlieger op. Naar Bergen in Noorwegen deze keer, met Bold Expeditions, een kersvers bedrijfje van enkele sympathieke Westvlamingen die ik heb leren kennen op het Banff Mountain Film Festival zo’n drie jaar geleden. Ze stonden er hun idee te promoten op een infostandje: managementstudenten meenemen op self supported trekkings in de wildernis, om hen uit te dagen, zichzelf te laten tegenkomen, hen te leren wat samenwerken is om op die manier tot het ware leiderschap te komen. Een outdoor leadership cursus dus.

Een nee heb je, een ja kan je krijgen heb ik van mijn vader zaliger geleerd. Zodus was ik op hen afgestapt met de vraag of ze nog gidsen konden gebruiken, hoewel ik toen geen enkele kwalificatie bezat of de nodige ervaring had. Drie jaar later heeft het me geen windeieren gelegd. En nu sta ik daar op het perron van het treinstation van Bergen, voor een bende MBA’s en EMBA’s van de University of Exeter en hun prof, als een veldsergeant de inhoud van hun rugzak te doorlopen voor een strenge audit van hun bagage. Een rugzak (en een rug ook wat dat betreft) kan maar zoveel dragen en wij instructeurs hebben hen nog 5 kg aan eten en een first aid kit per persoon uit te delen, alsook een rist van gemeenschappelijk gerief dat over 27 rugzakken verdeeld dient te worden, zoals tenten, kookvuurtjes, brandstof voor een week, de nodige potten en pannen en waterzuiveringspompjes.

De treinrit naar Voss was een eerste gelegenheid om de klandizie te leren kennen. MBA studenten komen uit heel de wereld. Naast Britten, waren er ook Colombianen, Taiwanezen, Chinezen, een Japanner, een Australiër, een Thaise, een Zuid Afrikaanse en een Amerikaan. Die werden op voorhand reeds verdeeld in vier groepjes. Elke groep heeft een coach en een wilderness instructor. De bedoeling is dat elke groep afzonderlijk opereert en gedurende zeven dagen zijn plan trekt op de Hardangervidda, een ruw hoogplateau en een National Park waar de natuur het nog voor het zeggen heeft. Pittig detail: de meesten onder hen zijn complete leken wat outdoor betreft. De coach bestudeerd de dynamiek tussen de groepsleden: wordt er goed samengewerkt, geluisterd, gedelegeerd? Bereiken ze hun doel: dagelijks kamp opbreken, navigeren met kaart en kompas, kamp opzetten en koken en na zeven dagen Kinsarvik bereiken? Hij coacht waar nodig en zorgt elke avond voor een debriefing waarin de groepsleden feedback over zichzelf krijgen. De wilderness instructor (dat ben ik) zorgt voor ondersteuning waar nodig. Hij waakt over de veiligheid van de groep, zorgt ervoor dat er niet verloren gelopen wordt en dat de groep bijeen blijft. Hij moet ingrijpen als het misloopt maar mag geen kant en klare antwoorden geven wanneer problemen zich voordoen. De bedoeling is immers dat de studenten zelf leren redeneren, overleggen en tot de juiste beslissingen komen.

Daarenboven heeft ieder van ons ter voorbereiding huiswerk meegekregen. In vier A4-tjes  moesten we onze zwakke punten aankaarten wat leiderschap betreft. Een enquête, kritisch ingevuld door naaste familie, vrienden en collega’s zou een ongezouten mening over ons functioneren moeten geven. Dagelijks werden de antwoorden stukje bij beetje meegegeven in feedback waarmee we aan de slag moesten om onszelf te verbeteren. Tijdens pauzes doen we oefeningen rond mindfullness, om zelfbewustzijn aan te wakkeren en slechte gewoonten en patronen in ons handelen te doorbreken. Elke avond wordt er uitgebreid gedebrieft om de vorderingen van de dag te bespreken. Serious business dus, maar technisch gezien was het les en er waren dan ook credits mee te verdienen.

Nog een busrit later en we stonden trekkerstentjes op te zetten op de camping van Odda, aan het einde van een immense fjord. Het zou voor velen de eerste keer in een tent slapen zijn…

Dag één. 11 Km.

D-day. Het Bold team (vier coaches, vier wilderness instructors, een cameraman en Bold CEO Bart Claeys stand by op home base aan de satelliet telefoon om onze whereabouts op te volgen en dagelijkse weerberichten door te sturen), 18 studenten en hun prof staan aan de voet van een 1000 m hoge beklimming. Het is broeierig warm en de zon schijnt fel in Skjeggedal (normaal regent het hier 300 dagen op een jaar). De anticipatie op wat komen zal is te snijden. Na een pep talk van topcoach Hannes Leroy worden 27 rugzakken op de rug gehesen en zet de karavaan zich in gang. Doel is uit het dal te klimmen, het hoogplateau op en het mythische Trolltunga te bereiken. Al gauw wordt duidelijk wie in vorm is en wie heeft nagelaten zich fysiek voor te bereiden.

Tegen dat de eersten het plateau bereiken, slaat het weer om. Donkere wolken komen aangerold en brengen regen mee. We besluiten halt te houden in een noodhut, die we prompt tot keuken en vergaderzaal bombarderen. Het vooruitzicht van lekker droog in een stapelbed te slapen wordt al gauw in de kiem gesmoord wanneer schaars geklede dagjestoeristen schutting zoeken voor het noodweer. Ongelooflijk hoe ignorant sommige mensen de bergen in trekken. Maar wij zijn op alles voorbereid en onze tentjes worden in de zompige wei rond de hut opgesteld. Het wordt een bonte avond wanneer drie Amerikanen, een Canadese en een Russisch-Oekraïens koppel  een kom soep delen en discussiëren over politiek. Dat één van hen (laten we haar het grote blonde niets noemen) openlijk opkomt voor haar keuze om op Trump te stemmen, is natuurlijk olie op het vuur van de discussie.

Dag twee. ? Km.

De volgende ochtend vervolgen we ons pad, nadat een bergreddingsteam een roundup heeft gedaan van alle schuilhutten, de verschopelingen van droge kleren heeft voorzien en het rapalje de bergaf escorteert. We houden even halt aan de Trolltunga en poseren op deze uitstekende rots voor de obligate kiekjes, al zien we niets van de 1000 m gapende afgrond waarboven we staan te balanceren vanwege een dichte mist die maar niet wil optrekken. Ideale omstandigheden dus om op kaart en kompas te beginnen oriënteren, want het is hier dat onze wegen scheiden. Nu is het elk team voor zich.

Het zal je niet verbazen dat we die dag nogal wat verloren rondjes gelopen hebben, met veel discussie over wat nu de beste course of action is. We lopen nu in de sneeuw, met slechts 10 tot 20 m zicht en die bergflank die we proberen omzeilen blijft maar voor ons opdoemen alsof de duivel ermee gemoeid is. Er rijst onenigheid over het te volgen traject: moeten we stijgen of dalen? Een pad volgen of op kompas gaan? Geen makkelijke dag voor de daily leader. Voor de kersverse wilderness instructor evenmin en ik moet flink mijn best doen om op de kaart te volgen waar we zijn.

Uiteindelijk houden we halt aan een kolkende rivier, die in een gapend gat onder de sneeuw duikt. Coach Hannes is ook ervaren alpinist en hij gaat als eerste over de sneeuwbrug die over deze waterval reikt. We zien nu dat we aan de rand van een meer staan waar drie watervallen met veel geweld hun water in lozen. Wanneer de mist enkele minuten wat optrekt is de magie compleet: zo een adembenemende omgeving en zoveel oerkracht doen ons besluiten kamp op te slaan aan de oever.

Dag drie. 13 Km.

Met tegenzin doe ik mijn natte kousen terug aan en stap ik in natte schoenen. Die hebben hun beste tijd gehad en zijn niet meer zo waterdicht als ik dacht. Het continue stappen door sneeuwvelden vergt teveel van hen. Heel de trekking lang zal ik koude, natte voeten hebben. Het enige reservepaar wollen kousen dat ik heb, reserveer ik voor s’ avonds in de tent.

De mist is intussen opgetrokken, de zon komt erdoor en in tegenstelling tot wat velen dachten is hogerop het terrein beter begaanbaar. Pas nu dringt de enorme schaal van de omgeving tot ons door. We flankeren Tyssevatnet, een groot meer vol ijsschotsen, maar lopen nog steeds op de uitgepijlde wandelroute. Dat klinkt minder evident dan je denkt: in Noorwegen is dat van steenhoopje naar steenhoopje navigeren. Met wat geluk vind je een verweerde rode “T” die op een rots is geschilderd. Sommigen in de groep hebben schrik dit “pad” te verlaten. Het is immers onze enige houvast in dit desolaat landschap. Gelukkig heeft de daily guide overredingskracht genoeg (dankzij mijn argumenten) om toch de uitdaging aan te gaan en op kompas van het pad af te wijken. Nu gaan we pas echt de wildernis in.

Even later staan we oog in oog met een kudde wilde rendieren, die met volle vaart langs ons heen galopperen. Hardangervidda is de plek waar de grootste kudde wilde rendieren van Europa leeft (er is een genetisch verschil tussen wilde rendieren en de gekweekte variant, die edoch ook in het wild leeft maar één maal per jaar wordt bijeengedreven door de fokkers). Ze verschieten evenveel van ons als wij van hen. Even verder komen ze tot stilstand, draaien ze hun koppen naar ons en staan ze wijdbeens, naar adem happend, ons aan te gapen. De adrenaline loopt door mijn lijf en ik kan het niet nalaten de neanderthaler in mij los te laten en een wilde oerkreet op hen los te laten, waarna de kudde zich weer in beweging zet. Achteraf zal iedereen beamen dat dit één van de hoogtepunten in heel de trekking zal zijn.

Ik kom tot de constatatie dat ik mijn zonnebril kwijt ben. Waarschijnlijk verloren in het vorige kamp. Da’s te ver om terug te keren… Ik gebruik vanaf nu mijn buffke om over mijn ogen te trekken als bescherming tegen de glare van de sneeuw. Bril verloren in een besneeuwd landschap. Hoe dom kan ik zijn…

Voor het eerst zien we Hårteigen in de verte, een donkere monoliet die als een puist uit het landschap steekt. Het doet wat denken aan Ayers rock uit Australië. Volgens plan zouden we daar naartoe moeten lopen om er bivak op te slaan halverwege de trekking. Het is het middelpunt van het national park en een must see. Door het noodweer van eergisteren en het geknoei van dag twee, weten we nu al dat dit niet haalbaar is.

Maar we laten de moed niet zakken. Na de tegenslagen van gisteren en het fantastische weer van vandaag met de spectaculaire ontmoeting, zit de sfeer erin en lijkt iedereen zijn ritme te vinden. We slaan kamp op op een plateau met weids uitzicht, wassen onszelf in een ijskoude waterval en genieten van een lekkere hap gevriesdroogd eten.

Plots biept mijn satelliet telefoon. Bericht van home base. Overmorgen wordt er een storm verwacht: regen, natte sneeuw en windsnelheden van 70km/u. Coach Hannes, cameraman Karel en ik besluiten de groep voorlopig in het ongewisse te laten en ze nog even te laten genieten van hun roze wolk. Morgen wordt het alle hens aan dek om afstand af te leggen en een veilig onderkomen te zoeken, zo dicht mogelijk bij een exit uit het plateau voor het geval de storm te erg wordt…

Wordt vervolgd!!!

 

 

 

Het zit er (voorlopig) op!

Ja jongens, ik weet niet hoe ik me erbij moet voelen, maar de belangrijkste test zit er op! Morgen krijgen we feedback en volgende nacht zit ik alweer op de nachttrein van Tampere naar de luchthaven van Helsinki. Ik mis mijn gezinnetje enorm en het is goed geweest. Ik wil naar huis en spring weldra in een vliegmachien om hen terug te zien. Maar het zal ook de laatste keer zijn dat ik hier komt dit jaar en morgen is het definitief (?) afscheid van mijn klasgenootjes…

Terwijl de klasgenoten een vrije dag hadden om zich voor te bereiden voor de opkomende proficiency test (zie verder) , heb ik enkele determinatie tests afgelegd: 84 vogels, 32 vogelgeluiden,  23 insecten, enkele ongewervelden, spinnen, teken, reptielen en kikkers vanbuiten geleerd en met glans afgelegd. Resten er nog een 100-tal planten die ik februari volgend jaar zal afleggen. Dan moet ik immers naar Finland terugkeren om de  winter proficiency test af te leggen. Die heb ik namelijk gemist vanwege de nakende geboorte van onze jongste.

Proficiency tests zijn de praktische examens die we moeten afleggen voor de staat, om te bewijzen dat we volleerde wildernisgidsen in spé zijn en het brevet wildernisgids verdienen.

Nu was het de beurt dus aan de zomer proficiency test. Daarin kunnen alle wilderness skills die we het afgelopen jaar geleerd hebben aan bod komen. Genoeg stof om te herhalen dus. Bovendien moeten we elk een presentatie geven over een door ons gekozen onderwerp, in de natuur, over de natuur en voor echt cliënteel.

Aldus werden enkele immigranten (drie Afghani, twee Irakezen en een Burundees) (vrijwillig) uit de les Fins voor nieuwkomers geplukt om met ons een dagje op stap te gaan in de Finse natuur. Het moet niet gemakkelijk geweest zijn om 6u lang te moeten luisteren naar gidsen in spé, maar die gasten hebben ongelooflijk hun best gedaan om aandachtig te blijven en te luisteren. En ja, af en toe werd er zelfs een vraag gesteld. Zo heb ik een halfuur/ drie kwartier een uitweiding gegeven over de ecologie van het bos en de bomen, onderwijl aandachtig in het oog gehouden door twee assessors. Zij kijken of wij interactief omgaan met het cliënteel, of we hun aandacht kunnen houden, of de inhoud oké is en hoe onze materie presenteren.

Daarna werden we naar onze kampplaats gebracht, waar ons gevraagd werd een mes, vork en lepel uit hout te snijden. Vervolgens moesten we onze shelters voor de nacht optrekken, voorzien van haardplaats. Eenmaal dat geïnspecteerd was, was het tijd voor de kookopdracht.

Elk kreeg een volledige baars, enkele wortelen, ajuinen, aardappelen, roggebrood, salade, tomaten en komkommers mee. Verder konden we beschikken over olie, boter, bloem, peper, zout, viskruiden en room. Met deze ingrediënten moesten we terug naar onze shelters en binnen 1,5 uur een maaltijd gekookt hebben op onze trekking-kookvuurtjes (vanwege brandgevaar konden we geen kampvuren aanleggen). De vis moest op de juiste manier van ingewanden ontdaan en gefileerd zijn en het geheel moest met zorg voor hygiëne zijn bereid (niet simpel in wildkampeer omstandigheden!). Verder mocht iedereen zelf beslissen welk gerecht zij zouden maken. Sommigen kozen voor een vissoep, ik heb het bij een stamppot gehouden. Koken is niet echt mijn grootste talent… Eens klaar, werd de dis geïnspecteerd door de assessors. Hyvää was hun verdict (of wat ik er toch van heb kunnen verstaan), wat niet meer of minder als “goed” betekent. En ook het woord “delicious” was gevallen, dus eind goed al goed. De presentatie vonden ze ook leuk. Jammer dat ik er geen foto’s van heb, maar al mijn kookpotten en de salade waren uitgestald op schijfjes gezaagde boomstronk. Roeien met de riemen die je hebt heet dat dan.

DSCN6915

De volgende ochtend 6u moesten we binnen het uur een hartig ontbijt van havermout, toast met salade en spek met eieren kunnen presenteren, om vervolgens de shelters af te breken, waarna onze rugzakken onder de loep werden genomen. Wat hebben we allemaal mee? Zit er een EHBO- vuurmaak- en reparatiekit in (onmisbaar voor een gids)? Kunnen we het geheel een beetje ordelijk en volgens de regels in de rugzak stapelen?

De volgende proef bestond erin om de coördinaten waar we ons bevinden op een gps terug te vinden en uit te zetten op een topokaart. Vervolgens moesten we een vislijn assembleren en de juiste haak voor het vangen van snoek erop monteren. Terwijl we demonstratief de vislijn uitgooien werden ons allerlei vragen gesteld over Finse wetgeving wat vissen betreft.

En dan op pad met volle bepakking voor een wandeltocht van 15km, waarbij we om beurten met kaart en kompas in rechte lijn door het bos moesten navigeren. Wie de leider is, speelt gids, al de rest speelt klant. De assessors letten dan of je geen navigeer fouten maakt, of je aandacht hebt voor het tempo van de groep, of je duidelijk informeert over de te volgen route en of je onderweg de natuurfenomenen om je heen kunt uitleggen. Tijdens de pauzes werd ons gevraagd enkele touwknopen toe te passen, of hoe je een mes moet slijpen. Welke steen kies je eerst? Welke beweging dien ik te maken? Welke steen volgt daarop? En wat met de diamantslijp en stropriem?

Ondanks de vele opdrachten en de anticipatiestress, was er toch een gemoedelijk sfeertje. De assessors waren best toffe pee’s die zelf interessante dingen konden vertellen over de natuur, waarvan ik toch één en’t ander opgestoken heb. Als kers op de taart zagen we een eland: een jong kalf dat gemoedelijk aan te verse blaadjes van een jonge berkenboom zat te knabbelen op zo’n 25 m van ons, net toen we aan onze minibusjes uitkwamen. Daar heb ik nu al lang van gedroomd zie, om dat eens van dichtbij te zien!

Morgen feedback, maar daarjuist wilden de assessors toch al even kwijt dat ze onder de indruk waren van onze groep, en dat dat niet elk jaar zo is… 😉

Paddling trip

“This is not a holiday!” roept Niels bij tijd en wijlen vanuit zijn kano. We zijn op kano- en kayaktocht voor 5 dagen, om te leren navigeren op water en stroomversnellingen met whitewater level 1 en 2 te overwinnen. Educational dus, volgens Leraar Mikko. Maar de gemoedelijke sfeer, het zomerse zonnetje (25 graden!) en het feit dat we kamperen op designated campsites geven het geheel toch een vakantiesfeertje.

Na 9 maanden IWG hoeven Mikko en Henkka ons natuurlijk niets meer uit te leggen wat kamperen betreft. Ook de persoonlijke voorbereidingen wat betreft uitrusting en eten voor 5 dagen zijn intussen routine geworden. Al mijn gerief in een reeks drybags krijgen en in de bagageruimte van een kayak wurmen is andere koek. Anderen kregen een plastieken ton toegewezen, waarin al hun uitrusting op de kano gebonden wordt. Voor de rest zouden we elk de kans krijgen zowel met de kayak als met een open kano te varen.

Elk heeft zo zijn voor- en nadelen. Een kayak is wendbaarder en sneller, maar het is toch even wringen en wroeten vooraleer voetsteunen op je beenlengte zijn afgesteld, de portholes van de bagageruimten waterdicht zijn afgesloten en het spraydeck om je middel is omgord. Een kano heeft veel ruimte en bewegingsvrijheid, maar vereist meer coördinatie wat sturen betreft. De persoon vooraan staat in voor brute kracht, de persoon achteraan is de kapitein die stuurt en bevelen geeft aan de voorste. Er komt meer bij kijken dan peddelen alleen, geloof me. “Elbows locked! Trunk rotation!” roept Henkka regelmatig, of “Where are your J’s!” Als er twee kapiteins aan boord zijn gebeuren er rare dingen, zoals kapseizen in een stroomversnelling, zoals Henkka en Hervé mochten ervaren! Dat een open kano sneller met water vult hebben ze geweten.

Begrippen als “backpaddle”, “drawstroke” en “ferry” zijn voor ons geen vreemden meer in het omgaan met wildwater. “Aim for the V”, “backpaddling buys time”, “ferry back and forth to scout your route”, “stern points at where you want to go”, “surf the haystack” en “rest in the eddy” zijn nog zo’n technische termen die ik hier niet uit de doeken ga doen.

Kanovaren in Finland betekend vooral grote meren oversteken, tussen eilandjes laveren en naar het volgende meer doorsteken via korte riviertjes met stroomversnellingen. Wie echt wildwater avontuur wil beleven, moet elders zijn. Maar de natuur aan de kant is prachtig, de talrijke vakantiehuisjes zijn dat ook en onderweg konden we onze natuurkennis testen. Meermaals vraagt leraar Henkka welke vogel ginds te zien is, of welk vogelgeluid te horen is, of welke waterplant daar aan de oever groeit. Als bijna volleerd wildernisgids sta ik er zelf van te kijken wat we intussen al kunnen herkennen.

Fitis, vink, bonte vliegenvanger, koperwiek, parelduiker, wilde zwaan, wintertaling, slobeend, brilduiker, grote zaagbek, visarend, torenvalk, kraanvogel, watersnip, wulp, witgatje, oeverloper, stern, koekoek,… ze passeren allemaal de revue.

De rust op het water wordt al te snel verstoord eens we aan wal gaan: dan worden we belaagd door duizenden muggen. Alleen onder het muskietennet zit je veilig, hoewel het gezoem van de muggen genoeg is om de stresswaarden in het bloed op peil te houden. Eten doe je al wandelend, om de zwerm op een afstand te houden. Soms is het gewoon beter om terug een kano in te stappen om deze vampieren te ontwijken, of om tijd te doden op het water. Zo deden Mikko en Henkka hun schifting van 119 aanvragen voor de 16 plaatsjes van volgend jaar vanop een kano. Zo gaat dat dus, geselecteerd worden voor IWG…

Ik ben vooral gaan vissen, met wisselend succes. Wel eerst een vergunning aanvragen natuurlijk. Dat kan online en kost bijna niets. Gratis eten zal uw deel zijn! Er zit hier vooral baars en snoek. Kleintjes aan de rand van het water, grotere in het diepe. Zo had ik een snoek van wellicht een meter te pakken, maar het bleek geen match te zijn voor mijn lichte vislijn. Het ding verdween weer in de diepte, met mijn haak, wobbler en al. Ik wil vooral niet denken hoe dat beest nu de rest van zijn dagen moet slijten met een haak in zijn kaak…

Hoewel Snoek een minderwaardige reputatie heeft (vanwege vele graten), smaakt het voortreffelijk, gebakken met veel boter en zout. Met de juiste fileertechniek kan je hem zonder graten op je bord krijgen. Met dank aan Markus voor zijn know-how 😉

En zo verliepen 5 zomerse dagen smooth like water… Volgende week praktisch examen en dan zit IWG er voor mij op voorlopig op. De rest van de crew zal nog een week doorbrengen op een eiland in de Baltische archipel om er met de zeis gras te maaien ten behoeve van een zeldzame orchidee, gevolgd door de laatste determinatieproeven en een grote fuif ter afsluiting.

Ik daarentegen zal nog eens moeten terugkomen in februari 2019 om een gemist praktisch examen in te halen, alsook mijn laatste determinatieproef te doen (een 100-tal planten herkennen). Dan zal ik even mogen kennismaken met de volgende 16 studenten. Ik ben eens benieuwd wie Mikko en Henkka geselecteerd hebben op die bewuste avond, vanuit hun kano op het Lahnajärvi meer… !

Intussen (2)…

… ben ik weer in Finland! Voor de -voorlopig- laatste keer (volgend jaar in februari moet ik nog eens terug om een gemist praktisch examen in te halen). Staan op het programma: een week trekken per kano en kayak en een paar dagen praktisch examen.

Het is zo dat onze opleiding een cursus is die ons klaarstoomt om een staatsexamen af te leggen. Wie slaagt krijgt het officiële brevet van wildernisgids. Wie uit zichzelf alle theorie en praktijk kent, kan aan het examen deelnemen en slagen. Onze opleiding is dus geen verplichting, maar het helpt wel 😉

Op het examen worden we verwacht een groep examinatoren per kaart en kompas door het bos te begeleiden. Om beurten nemen we de leiding van het traject en dienen we ondertussen wat uitleg te geven over de natuur om ons heen. Dan slaan we kamp op en wordt ons het vuur aan de schenen gelegd wat onze verworven kennis betreft. Hoe maak ik vuur? Hoe houd ik mijn mes en bijl scherp? Welke knopen ken ik? Hoe dien ik mij te kleden op een expeditie? Hoe vul ik mijn rugzak het beste? Kan ik EHBO toepassen? Hoe gebruik ik GPS (wel een goeie, hebben we nooit geleerd of gebruikt!)? We krijgen een resem ingrediënten waarmee we op houtvuur een maaltijd moeten koken en nadien nemen we een examinator mee per sloep een meer op. We moeten visgerij visklaar maken (volgt u?) zodat de examinator kan gaan vissen. Dag twee bestaat in rondleiding geven aan immigranten, voor wie het misschien de eerste keer in hun leven is dat ze in een bos vertoeven. Zo zal ik een uur volpraten over de ecologie van bomen. Maar over dat examen later meer…

In afwachting van het examen en de paddling trip, ben ik erop uit getrokken om mijn vistechnieken nog wat te oefenen. Het treft dat het hier in het hoge noorden beter weer is dan in de rest van Europa. Temperaturen bereiken vlotjes 20-25 graden en alles staat in bloei. Wat een schril contrast met een maand terug, toen alles nog kaal en grauw was, ijs de meren nog bedekte en sneeuw op de grond lag…

Bear Ski

Ik wordt wakker van de camionette die tot stilstand komt. In het schijnsel van de koplampen zie ik een kleine parking naast een bevroren rivier. In de oostelijke hemel kleurt de hemel al diepblauw. Ik kijk op mijn horloge: 2 uur ‘s nachts, precies op schema. Een uur of twee ervoor was ik ook al even ontwaakt uit mijn sluimerslaap door het geknerp van winterbanden op een besneeuwd wegdek, wat mij enigszins verbaasde aangezien de weg tot nu toe ijsvrij was. Rond 22 u waren we Rovaniemi gepasseerd, alsook de noorpoolcirkel en het aldaar gelegen toeristendorp met de officiële woning van de enige echte kerstman. Die ligt nu zeker en vast ergens onder de zon op een tropisch strand wat bij te komen, nu het toeristisch seizoen achter de rug is. We zijn aangekomen in Kuttura, een gehucht van 21 zielen even ten westen van Saariselka, halverwege de 68e breedtegraad. Diep in Lapland dus.

We stappen uit om even de benen te strekken en kruipen dan met z’n allen terug de camionettes in. Het plan is in de camionettes te slapen en ‘s morgens vroeg op te staan en de trailers uit te laden, de sledes of pulka’s te monteren en na een korte briefing de wildernis van Hammastunturi in te trekken.

Dag 1, dinsdag 17 april. Gestrand.

Het is een frisse ochtend (-10 °C), maar de hemel is stralend blauw. Tegen de tijd dat de pulka’s gemonteerd en ingeladen zijn en onze ski’s van bindingen zijn voorzien, sta ik al aardig in het zweet. Het eerste traject, dat ons van de parking naar het “Common Camp” brengt, is voor mij de eerste kennismaking met het skiën met pulka. Voor mijn klasgenoten heeft dit al lang geen geheimen meer, aangezien zij in februari een week hebben getraind in Syöte op dit soort zaken. Maar die generale repetitie heb ik gemist. Ik heb er wel mijn jongste zoon voor in de plaats gekregen 😉 Het wordt me al snel duidelijk dat dit geen lachertje gaat worden. De lente is ook hier al doorgedrongen: temperaturen gaan vlot boven het vriespunt en de sneeuw heeft blijkbaar al enkele dagen het lentezonnetje gezien, wat de voortgang enorm bemoeilijkt.

Common Camp is een klein open valleitje, waar we snel een ontbijt zullen nuttigen alvorens het officiële startsein wordt gegeven voor de Bear Ski: een vast nummer in de IWG opleiding en het culminatiepunt van onze training als wildernisgids. Elk volgt zijn eigen weg en zal 8 dagen en 7 nachten zijn plan trekken en in eenzaamheid doorbrengen. De nadruk ligt op veilig navigeren en je plan trekken in de wildernis, eerder dan kilometers afleggen. De pulka’s zijn geladen met 9 dagen proviand en navigeren doen we met behulp van kaart en kompas. De bedoeling is dat we na 8 dagen bij leven en welzijn terug staan in Common Camp, om de laatste avond in groep te kamperen alvorens naar de beschaving terug te keren. In tussentijd worden we wel verwacht op de derde dag een bezoek te brengen aan kamp noord, waar Mikko (onze leraar) resideert en op de zesde dag kamp zuid, waar Basho (ex IWG student en medebegeleider) voor de checkup zal zorgen. Maar daartussen zijn we dus helemaal op onszelf aangewezen in de witte wildernis.

Eén voor één passeren we Mikko en Basho, die ceremonieel aan de startlijn staan, nog een bemoedigend woordje zeggen en snel een foto nemen, als ware het een mugshot om door te geven aan de cel vermiste personen…

De zon brandt intussen fel op onze bezweette hoofden. Van eenzaamheid is nog lang geen sprake als iedereen vast blijkt te zitten in de diepsneeuw en zich vloekend rechtop probeert te hijsen in sneeuw die geen houvast biedt. Gelukkig houdt de sneeuwbrug over de beek het. Dan verdwijnen al enkele klasgenoten een hoger plateau op, hun kompasnaald achterna. Anderen, waaronder ik, besluiten de beekvallei te volgen bij wijze van handrail, tot we op een eerste moeras of open sneeuwvlakte zouden stuitten. De doorgang bleek vanwege de papsneeuw onmogelijk, dat er al gauw werd beslist om nu al kamp op te slaan om de nacht af te wachten. Dan zou de sneeuw immers weer aangevroren zijn, waardoor we onze achterstand wel zouden kunnen inhalen. Ocharme 4 km ver en nu al gestrand… Kamp 1: Y84 X75 NW is een feit.

Zo goed en zo kwaad ik het kan zonder voorafgaande training, zet ik mijn Loue shelter op in een bosje kleine en kromme berkenboompjes. Geen sinecure, manouvreren met Forest ski’s van 2,5 m lengte terwijl je guilines en tentpegs probeert in te graven tussen de bomen en struiken. Eerst de sneeuw aanstampen met de ski’s, dan de shelter optrekken, dan met een sneeuwschop een loopgraaf uitgraven (je leefruimte/ haardplaats/ kookplaats), groundsheet, rendiervel en foam matje uitspreiden en tenslotte de slaapzak uitrollen. Intussen is het middag. Mijn thermometer geeft + 18 °C aan. Gekkenwerk en snikheet met mijn wollen ondergoed aan. Ik mag van geluk spreken dat Jere naast mij bivakkeert. Zonder zijn tips zou het me toch iets minder goed vergaan zijn. Eenmaal we voldoende sneeuw hebben gesmolten om onze thermossen van drinkwater te voorzien en we iets te eten hebben gehad, kruipen we in onze slaapzakken voor een vervroegde nachtrust.

Dag 2, woensdag 18 april. Verloren.

Meermaals wordt ik wakker. Het valt mij op dat nu reeds geen sprake meer is van absolute duisternis. Om twee uur s’ nachts prijkt het ochtendgloren al aan de oostelijke hemel. Ik dommel terug in. Plots wordt ik wakker van de roep van de moerassneeuwhoen. Het is 4 u ‘s morgens. Tijd om op te staan. – 10 °C en een kring van aangevroren asem rond de opening van mijn slaapzak. Snel een vuur aansteken en havermoutpap met ahornsiroop en een koffie achteroverslaan.

Kamp opbreken duurt lang. We willen absoluut ons voorziene tweede kamp bereiken alvorens de sneeuw het begeeft. De waarschuwingen en tips van klasgenoten herhalen zich in mijn hoofd. Voortgang is traag: gemiddeld 1km/ u. Blijf weg van bevroren meren. Je ziet ze niet vanwege de sneeuw op het ijs, maar deze tijd van het jaar is het ijs niet dik genoeg meer en als je door het ijs zakt dan ben je verloren. Ik moet me dus haasten om de 5km die ik voor ogen heb te halen voor de middag.

31718291_10156237250819156_8462305030299451392_o

Eens uit de smalle vallei neem ik afscheid van Jere. Ik volg nu mijn eigen koers. Even verder ontmoet ik Eukka in zijn kamp, die quasi in het midden van een sneeuwveld blijkt gestrand te zijn gisteren, een dode den is zijn enige houvast: zijn shelter is eraan verankerd en de onderste takken zijn afgebroken en reeds opgestookt als brandhout. Wat later herken ik een figuur met pulka in de verte. Enna. Ik probeer haar nog in te halen om een tweede opinie te vragen over mijn whereabouts, maar ze blijft me voor. Juist, die ging richting een bevroren meer. Uit haar buurt wegblijven dus. Zou die verheffing die berg zijn op mijn kaart? Is dit dan de vallei met het meer? Zeker ben ik niet. In het werken met kaarten van 1/50.000e heb ik niet zoveel ervaring, en in de sneeuw ziet het er toch een beetje anders uit dan in de kleurenkaart die ik voor mijn ogen heb… Voortmaken Fre, je bent er nog niet.

31466694_10156237250489156_1757310067004145664_o

In de verte zie ik bergen opdoemen. Drie pieken. Juist. Dat moet Jyppyramaa zijn, mijn doel voor de dag. Kompas bijstellen, richten en gaan. Zweet parelt over mijn rug. Mijn oren lijken te verschroeien door de felle zon. Ik neem amper de tijd om iets te eten, uit schrik teveel tijd te verliezen alvorens de sneeuw in pap zal veranderen.

Uiteindelijk bereik ik om 11 u naar wat ik aanneem dat de locatie van mijn voorziene kampplaats moet zijn. Er zijn alvast genoeg dode dennen van geringe omvang, dus die kan ik omduwen en verzagen tot brandhout, wat mij zowel warmte als warm eten en drinkwater verzekerd. Goed. Ik sms Mikko de coördinaten, eet iets en begin mijn kamp op te bouwen. Deze keer staat de Loue strak gespannen, staat hij juist tegenover de oriëntatie van de wind (die dwars langs de opening van mijn shelter moet passeren, teneinde de rook van mijn vuur mee te nemen) en ik ben best tevreden over het resultaat. Kamp 2: Y84 X69 SE.

Een taigagaai komt nieuwsgierig de indringer van zijn territorium bekijken. Deze prachtige vogels zijn niet schuw en komen tot op een meter polshoogte nemen. Een goed voorteken, want volgens Sami folklore zijn het geluksbrengers. Ook een barmsijs en een matkop vereren mij met een bezoek. De Bear Ski een eenzame aangelegenheid? Bijlange niet.

Dag 3: donderdag 19 april. Surprise surprise.

Weer haalt een moerassneeuwhoen me uit mijn slaap. Het is 4 uur in de ochtend. Ik sta op en maak me klaar om op pad te gaan. Vandaag moeten we Mikko opzoeken voor checkup in kamp Noord. Ik stel mijn kompas in, hou rekening met de declinatie en vertrek met lichte uitrusting: dwz met dagrugzak en zonder pulka. Ik keer immers terug naar dit kamp. Als ik het weet terug te vinden tenminste. Ik baan me een weg door diepe sneeuw in het bos, de befaamde taiga van het noorden. Het verontrust mij dat ik geen bergen zie aan mijn oostzijde. Ik moet immers een reeks fells flankeren om tot bij Mikko uit te komen. Het terrein begint af te dalen. Meermaals moet ik rechtop krabbelen nadat de sneeuw het onder mij begeeft. Het is niet eenvoudig om de erg lange ski’s vanonder een halve meter sneeuw vandaan te krijgen. Weer sta ik in het zweet, hoewel het overtrokken is en niet meer zo warm is als gisteren.

31717615_10156237250499156_3024431801369100288_o

Ik ontwaar een vallei in de verte en denk dat ik een rivier hoor. Vreemd. Dit hoort niet zo te zijn. Meermaals denk ik aan terugkeren uit angst mijn spoor niet meer terug te vinden. Zonder slaapzak en eten zou ik het hier niet lang uithouden bedenk ik me. Ik moet mijn kamp terugvinden, maar evengoed wil ik weten of ik Mikko zal vinden, want het begint mij te dagen dat ik misschien niet ben waar ik dacht te zijn en ik heb uitsluitsel nodig. Ik ski voort. Voor de zekerheid markeer ik mijn route, door takjes af te breken of dode berkenstompen omver te duwen. Dat moet immers opvallen, wanneer ik mijn sporen zou moeten backtracken. Mijn gehoor heeft me niet bedriegt: plots sta ik aan de rand van een grote rivier, die deels bevroren is. Dit moet de Ivalojoki zijn, buiten de voor ons toegestane zone en een stopper in noordelijke richting. Ik herhaal de waarschuwing in mijn hoofd, dat de oevers steil zijn en dat het ijs onstabiel is. Wegblijven is de boodschap, maar ik wil weten welk segment van de rivier ik me bevindt. Dus ik volg de loop een tijdje, zo dicht mogelijk tussen de laatste bomen laverend, tot aan een scherpe bocht. Ik schiet met mijn kompas de richting van de rivier en kom tot de conclusie dat ik inderdaad te ver ben geskied.

31950351_10156250337214156_6626460279402135552_n

Ik keer terug naar mijn kamp, dat ik gelukkig zonder moeite terug weet te vinden en sms Mikko dat ik gisteren ipv 5 km er 12,5 heb afgelegd. Kamp 2 = Y88 X64 SE. Tegen het protocol van batterij te sparen belt hij me onmiddellijk op. Hoe in godsnaam ik zo ver ben kunnen skiën op dag twee, hoe laat ik dan wel was vertrokken en wanneer ik ben toegekomen. En dat ik mij blootstel aan grote risico’s. Als mij iets zou overkomen is het een lange tocht om mij te kunnen repatriëren, gesteld dat ze mij vinden natuurlijk. Tegen zijn aandringen in beslis ik te blijven waar ik ben om uit te rusten van de vermoeienissen. De sneeuw was in zo’n slechte staat dat ik al mijn kruit al verschoten heb. Ik zal hem morgen wel opzoeken en mijn kamp verplaatsen…

Dag 4: vrijdag 20 april. Oef!

Om 2 u ‘s nachts wordt ik wakker van neerslag dat tegen mijn tentzeil tikt. Stuifsneeuw. Tegen 3 u 30 besluit ik op te staan om op pad te gaan vooraleer de sneeuw erger wordt. Ik vertrek met een bang hartje, mij afvragend of ik weet waar ik ben (100% zeker ben ik niet) en of ik Mikko wel zal terugvinden. Ik volg de rand van het bos, langs de open sneeuwvlakte van het moeras en de sneeuw waait nu met dikke vlokken in mijn gezicht. Zo’n 200 m voor mij steekt een roofdier het moeras over. Wolf? Vos? Veelvraat? Een eenzame wolf leek mij onwaarschijnlijk, voor een vos leek het mij iets te groot en een veelvraat zou kunnen. Jammer dat ik geen pootafdrukken vind…

31960007_10156250342439156_2487855790413578240_n31530815_10156237249674156_7122739880689401856_o31776101_10156237250679156_4287781966037647360_o31687977_10156237249694156_8523476475674886144_o

Tegen 7u20 sta ik waar Mikko zijn kamp zou moeten zijn. Ik kijk rond, maar zie niets. Ben ik dan echt verloren? Ik roep zijn naam, en jawel na een tijdje hoor ik ergens verderop gekuch. Daar staat zijn witte Canadian Trapper tent. Op de opmerking dat hij wel erg verscholen zit, merkt hij droogjes op dat ik maar beter moet leren kaartlezen. Die zit.

31960438_10156250342574156_5961924604149628928_n (1)

Wat later sla ik kamp op waar ik al die tijd had moeten zijn. Het valt op dat ik nu ook weer klasgenoten tegenkom, of ze in de verte zie bivakkeren. Alleszins weet ik nu zeker waar ik ben en ben ik niet alleen meer. De voorbije 48 u zijn wellicht de eenzaamste in mijn hele leven geweest. Nooit eerder heb ik zo lang geen medemens gezien. Het mocht best wat langer, bedenk ik mij nu. Kamp 3: Y84 X69 SE.

31950138_10156250342604156_6151283536067297280_n

Dag 5: zaterdag 21 april. On top of the world.

Voor het eerst slaap ik wat uit. Op aanraden van Hervé, die onderweg mijn kamp bezocht, neem ik mij voor een dagtocht naar de top van Jyppyramaa te ondernemen. Deze keer wil ik absoluut geen navigatiefouten meer maken. Bijna maak ik weer een inschattingsfout (je ziet hier door de bomen de bergtop gewoonweg niet), maar corrigeer mezelf en sta na een korte beklimming op de top van deze 350 m hoge fell. Het uitzicht is fenomenaal. Ik scan de omgeving met mijn verrekijker en tot mijn verrukking spot ik drie elanden die zich een weg banen aan de rand van een bos. Uitgelaten keer ik terug naar mijn kamp. Onderweg vind ik verse pootafdrukken van de veelvraat. Mijn dag kan niet meer stuk.

 

Dag 6: zondag 22 april. Gezelschap.

Checkup bij Basho. Het valt mij op dat het zelfvertrouwen in het navigeren weer terug is. Zonder veel moeite vind ik zijn kamp, dat slechts met omwegen te bereiken is vanwege een rivier die ons scheidt. Pas een heel eind stroomopwaarts spot ik een sneeuwbrug over het water die er veilig genoeg uitzag om erover te passeren. Ik blijf een tijdje hangen in Basho’s kamp omdat de koffie er goed is en omdat het leuk kletsen is met deze halve Nederlander.

Bij terugkeer naar mijn kamp blijk ik gezelschap te hebben. Sophie en Jere hebben hun shelter naast de mijne opgetrokken op aansturen van Mikko. Sophie heeft haar pols verstuikt tijdens de afdaling van Jyppyramaa en Jere is ziek. Ik moet voor hen zorgen. Ach ja, hoe meer zielen, hoe meer vreugd.

 

Dag 7: maandag 23 april. Op de terugtocht.

Jere blijkt weer beter, maar Sophie moet naar Common Camp worden geëscorteerd om morgen naar een Health Centre in Inari te worden gebracht voor onderzoek. Gelukkig is ze kranig en kan ze skiën met één hand en één skistok. Na een frisse ochtend (-13°C) is de zon weer van de partij. Het warmt weer op. Laag na laag kleding verdwijnt in de rugzak, en lunchen doen we al zonnebadend op onze pulka’s. De sneeuw blijkt het te houden, na zo’n koude nacht.

Vanuit het westen komen er echter dreigende wolken aanzetten. We besluiten voor te maken en na een moeizame doorgang door het nauwe valleitje van dag één, komen we aan in “Common Camp”. Het wordt een gezellige bedoening rond ons gemeenschappelijk kampvuur als ook Mikko arriveert rond 23 u ‘s avonds. Pas laat kruipen we in onze slaapzak. Kamp 4: Y85 X76 SE.

 

Dag 8: dinsdag 24 april. Blij weerzien.

‘S morgens vertrekt Mikko met Sophie terug naar de bewoonde wereld. Hopelijk is haar blessure niet ernstig. Hoe dan ook zal zij niet terugkeren voor de laatste gemeenschappelijke avond hier… Eén voor één arriveren de klasgenoten uitgelaten in de “Common Camp”. Straffe verhalen doen de ronde (zo heeft Markus verse wolvensporen rond zijn kamp ontdekt. Heb ik dan toch een wolf gezien op dag vier?) en sommigen hebben al die tijd geen mens tegengekomen, terwijl anderen beweren dagelijks wel iemand te hebben gezien. Mijn navigatiefout kan uiteraard ook op heel wat animo rekenen. Allen zijn het er unaniem over eens: de eenzaamheid is best aangenaam, en waarom hebben we zoiets nog niet eerder gedaan? Met spijt in het hart beseffen we dat het morgen gedaan is…

31582186_10156237250789156_2256150027145576448_o

Dag 9: woensdag 25 april. Sauna.

Zoals het elke laatste kampeerdag betaamd, is het slecht weer. ‘S nachts heeft het natte sneeuw gesneeuwd en onze shelters moeten kletsnat worden opgeborgen. Het is mijn taak om de groep te leiden en terug te brengen tot aan de parking, waar Sophie in één van de camionettes de laatste nacht heeft doorgebracht. Haar verstuikte pols is gespalkt, maar gelukkig is het niets ernstigers.

31562328_10156237249824156_7109191371994431488_o

Eens alles ingeladen, vertrekken we weer zuidwaarts, 250 km richting Rovaniemi, alwaar een sauna en een douche ons wacht. De terugkeer naar Kuru (800 km) is voor morgen. We doen ons tegoed aan chocolade, chips, fruit en snoep na een bezoek aan het eerste het beste tankstation. Ik bedenk me dat het nu genoeg is geweest qua winter en sneeuw. In België is het 26 graden. Ik wil naar huis, naar mijn gezin. Laat de lente maar komen!

 

 

 

Update

Dames en heren, appelen en peren, boeren en boerinnen, het avontuur gaat weer beginnen!

Jawel, het werk kon wachten, de kleine spruit is goed bezig en er zijn babysits geregeld. Overmorgen vlieg ik weer naar Finland om deel te nemen aan de Bear Ski: een solo skitocht van 8 dagen/ 7 nachten in de witte wildernis van Hammastunturi Wilderness Area. Zo genoemd omdat rond deze tijd van het jaar de bruine beren uit hun winterslaap ontwaken en hun hol uitkruipen met een gewéldige honger. Niet dat ik dat laatste zo per sé had willen weten, maar çoit.

Naamloos

Van leraars Mikko en Basho kreeg ik de toestemming om deel te nemen, ondanks dat ik de oefenexpeditie in Syöte afgelopen februari niet heb meegemaakt. Die was noodzakelijk om ons vertrouwd te maken met trekken en kamperen in winterse condities, alsook om de leraars een idee te verschaffen van onze persoonlijke skill level. Maar ik mag dus mee, zij het met beperkte autonomie: waar mijn klasgenoten 8 dagen zullen trekken en telkens hun kamp zullen opbreken, zal ik het meeste van de tijd spenderen in een door mij te kiezen basiskamp, van waaruit ik vrij dagtochten mag ondernemen. Zowieso moet iedereen op gezette tijd kamp Noord, waar Mikko zal verblijven en kamp Zuid, waar Basho zal resideren, bezoeken. Op dagen dat zij geen bezoek verwachten, zullen zij zelf hun ronde doen om te kijken of iedereen oké is. Maar daarbuiten is het dus de bedoeling dat wij helemaal op onszelf aangewezen zijn. Dat wil zeggen zelfstandig en veilig navigeren met kaart en kompas, ons voortbewegen met forrest ski’s met al ons hebben en houwen in een pulka en vlot en behendig kamp opslaan en vuur kunnen maken om op te koken en ons te verwarmen. Temperaturen kunnen immers variëren van +3 tot -35 deze tijd van het jaar, al dient gezegd te worden dat het dit jaar nogal aan de warme kant is en dat is slecht nieuws: sneeuw wordt dan weke pap die aan de ski’s blijft kleven, waardoor voortbewegen onmogelijk zwaar wordt en ‘s nachts skiën dan de enigste optie is.

Om te oefenen ben ik alvast afgelopen maart in de Hoge Venen gaan bivakkeren bij -7. Op de koop toe is het beginnen sneeuwen, om het geheel een echt Fins tintje te geven.

Ondanks een gemiste oefenmatch, voel ik mij voorbereid en ben ik er klaar voor. Het zal wel een beetje een thermo shock zijn na het heerlijke lenteweer van de voorbije dagen, maar ik zie het alleszins zitten. De valiezen zij gepakt, laat het avontuur maar komen…