Het einde… of toch niet?

Hey. Jullie weten intussen dat Finland er voor mij op zit (zie Solo). Met de feestdagen ben ik naar België gevlogen om mijn gezinnetje terug te zien. Er waren acht lange weken gepasseerd sinds ik hen laatst heb gezien en ik kon mijn tranen dan ook niet bedwingen als ik mijn zoontje daar zag staan, naast onze auto aan de kiss & ride van het station, zich inspannend om mijn te kunnen zien in het verlengde van mama’s vinger die mijn kant op wees. Eerst tien weken en nu acht. Het moet verdorie niet simpel geweest zijn voor dat ventje van twee en voor mijn vriendin evenmin. Ik sta eeuwig bij hen in het krijt…

Het deed deugd om terug thuis te zijn en familie en vrienden terug te zien! Maar er is nog unfinished business in Finland waarvoor ik nog even terug moest. Vooreerst hadden we debriefing van onze stageperiode (zie Winter Wonderland, Lapland en massatoerisme en Op stage in Lapland) en omdat we mekaar vijf weken niet meer hebben gezien hadden we elkaar veel te vertellen in de klas. De rest van de week stond in het teken van Business economics en alle nodige info die we nodig hebben voor het maken van ons eigen businessplan, wat een verplicht onderdeel van de IWG opleiding is. Zoals afgesproken met leraars Henkka en Mikko, zou ik voortaan van thuis uit mijn taken kunnen maken (een business plan opstellen, een winter- en zomertrip bedenken en heel de expeditie plannen en op papier zetten) en mits een paar keer over-en-weer naar Finland voor examens af te leggen en ik zou alsnog mijn diploma kunnen behalen. Dus daar gaan we voor!

Voor mij was het ook een week van afscheid nemen: van klasgenootjes die na vijf maanden door dik en dun speciale vrienden geworden zijn, van mijn studentenkamertje die mijn tweede thuis geworden is, van Kuru dat ik als hol van Pluto vaak verwenst heb maar waar ik nu toch met enige sentimentaliteit aan ga terugdenken, van Finland dat na vijf lange maanden mij zowel saai als eentonig lijkt maar waar ik tegelijkertijd de tijd van mijn leven beleefd heb. En van de kleine dingen, zoals frisse vrieslucht, donuts en munkki, allemansrätten, altijd wel ergens een Laavu om in te kamperen en een haardplaats om kampvuurtje te stoken, een sauna om in te herbronnen of hechte banden in te smeden en dagelijks iets Fins kunnen zeggen (al beperkt het repertoire zich tot Huomentta, Ei Kiitos of Nonni).

Een laatste kans om te kamperen in het boreale bos werd niet onbenut gelaten, dus Fransman Jere (mijn immer bereidwillige compagnon) en ik trokken op een dinsdagavond richting forest camp (zie Forest week) waar we sinds augustus niet meer geweest waren. Gewapend met een dikke winterslaapzak (een Savotta van het Fins leger, tweedehands op de kop getikt) enkele biertjes en een fles Vahwa Terwa werd het een mooie avond van fraternité aan het kampvuur. Bedankt Jere, voor de compagnie en voor de mooie foto’s…

Man man, wat ga ik dat allemaal missen! De eerste keer dat ik terug naar Finland ga is april of mei. In april wordt de bear ski ondernomen: een skitocht in Lapland, waarin we negen dagen solo onze plan moeten trekken in de witte wildernis, maar waar voor mij een aangepaste versie zal worden aangeboden. Ik mis immers een eerste “oefenmatch” in februari, waar heel het team ingewijd wordt in de geheimen van winter kamperen en trekken per ski en pulkka. In mei onderneemt de school een kanotrip van een week, gevolgd door een week van praktische examens met klanten waarin we geëvalueerd worden door externe experts van het Fins natuurtoerisme. Of ik zal kunnen deelnemen aan deze expedities hangt er nog van af. Ik wordt immers voor de tweede keer vader! Op zich ook een mooi vooruitzicht en de voornaamste reden dat ik Finland nu verlaat. Er zal heel wat veranderen de komende maanden, zoveel is zeker.

Zodoende heb ik mijn boeltje gepakt, mijn trouwe Berlingo uit ’99 volgestouwd met mijn gerief, winterbanden met spikes terug verruild voor zomersloefjes en een bescheiden afscheidsfeestje georganiseerd met huisgemaakte pizza en een afterparty in de sauna.

Vrijdagochtend vroeg voorzichtig de baan op (zomerbanden bij -10 remember) richting de haven van Helsinki, nog een laatste maal voet op Finse bodem gezet op een artificiële heuvel met zicht op de haven, nog rap enkele putters of goldfinches en een koppel white tailed deer gespot (een hert dat vanuit de States is geïmporteerd) en dan de ferry op richting Travemünde in Duitsland. Hyvästi Suomi!

Net zoals het heengaan vlogen de 29 uur aan boord van de Finnlady zo voorbij. Deze keer lag het niet aan de heerlijke zomerzon die mij gans de tijd in mijn deckchair hield, maar aan mijn praatgrage cabingenoot uit Egypte, met geanimeerde discussies over religie, de deugden van meerdere vrouwen te mogen bezitten, de voor- en nadelen van het Duits en het Fins onderwijs, nanotechnologie en tijd voor onderzoek versus publiceren. Tussendoor hebben we ook tijd gemaakt voor gebed, naar de gym gaan en de sauna (Ja, Finse boten hebben een sauna aan boord) en heb ik desondanks nog wat kunnen bijslapen ook. Aangekomen om halftien ‘s avonds ben ik dan ook linea recta naar huis gereden. nachtje door op de autobahn dus, vergezeld van een koffie, een bratwurst en een best of van Prince op repeat. Schatjes, ik kom naar huis…

 

 

Advertisements

Solo

 

25625527_10155916832574156_703285469_oIk moet jullie iets bekennen.

Ik ga de IWG opleiding niet kunnen vervolmaken. Ik ben lang genoeg in Finland geweest nu en mijn gezin heeft mij nodig. Wij verwachten binnenkort ons tweede kindje en dus is het tijd om terug te keren. Het is mooi geweest!

Mits thuiswerk en regelmatig over-en-weer reizen zou ik alsnog mijn diploma kunnen behalen. Ik hoop stiekem ook mijn klasgenoten te kunnen vervoegen op hun expedities, maar dat zal de toekomst uitwijzen of dat opportuun is…

… Dus heb ik het zekere voor het onzekere genomen en ben ik er in mijn eentje op uit getrokken om al eens te proeven van winter bivakkeren. Aldus ging ik op een vrije dag opnieuw naar Riisitunturi National Park (Fins voor rijstberg). Gewapend met sneeuwschoenen begaf ik mij op een wandelpad dat waarschijnlijk sinds de sneeuwvrije herfst niet meer betreden is. Ondanks de sneeuwschoenen zakte ik kniediep in de poeder, maar de vergezichten onder een loden hemel maakten het allemaal de moeite waard.

Het plan was om in een Laavu de nacht door te brengen. Eens bij de bivakplaats aangekomen, besloot ik noch Laavu te betrekken noch Loue op te zetten, maar koos ik een grote spar om mijn bivvy bag in uit te spreiden. Iets wat de Finnen smalijk kuusenperse noemen (letterlijk: in the arse of a spruce/ in een sparrenkont). Wanneer de takken van de spar genoeg ondergesneeuwd zijn, vormen deze een natuurlijke iglo, waar het aangenaam toeven is. Misschien heb ik hiermee wel enkele regels van het nationaal park overtreden, maar ik wil erop wijzen dat ik, zo goed ik kon, het leave no trace principe gehanteerd heb. Brandhout kwam van de houtschuur naast de Laavu (dus ik heb geen bomen omgelegd), mijn haardplaats heb ik aangelegd door eerst de sneeuw te verwijderen, dan een stuk humusrijke bodem als een tegel uit te snijden en te bewaren voor nadien terug te leggen en het vuur werd gestookt op de onderliggende zavellaag. Achteraf werd het vuur gedoofd en de humuslaag weer hersteld, waarna heel mijn bivak opnieuw met sneeuw werd bedekt. Oké, ik heb misschien een paar takken aan de onderkant van de spar verwijderd om mijn leefruimte iets aangenamer te maken…

Maar soit, het was een milde nacht (slechts -5) en poedersneeuw dat op mijn neus druppelde bij elke windvlaag (namelijk het enige lichaamsdeel dat nog uit mijn slaapzak stak) heeft mij ervan weerhouden echt door te slapen. Maar dat euvel werd ruimschoots gecompenseerd met lang uitslapen. Zo’n 10 uur heb ik in de slaapzak doorgebracht. Zelfs niet één plaspauze tussendoor!

De volgende ochtend hoefde ik slechs 3,5 km en 300 hoogtemeters af te leggen tot aan de auto. Maar het pad was amper zichtbaar en diepe sneeuw bemoeilijkte het klimmen. De bomen onderweg waren zodanig ondergesneeuwd, dat de markeringen van het pad onzichtbaar waren. Al gissend baande ik mijn weg naar boven. Onderweg moest ik besneeuwde boomstammen afborstelen in de hoop markeringen te vinden. Op den duur was het spoor volledig bijster en naarmate de hoogtemeters vorderden werd het zicht door dichte mist moeilijker en werden potentiële van markeringen voorziene bomen schaarser. Uiteindelijk besloot ik het zoeken te staken en het pad te verlaten. Gewapend met een kompas, dat ik pal oost heb ingesteld (mits aftrek van 10 graden declinatie vanwege de latitude op deze 66e breedtegraad) begaf ik mij in de witte wildernis. Na enig gezwoeg door een van elke kleur onttrokken landschap, zag ik enigszins voor mij uit weer een wegmarkering opdoemen en werd het eind goed, al goed!

De foto’s spreken boekdelen.

Winter wonderland

Versta me niet verkeerd, de omgeving hier in Ruka is werkelijk adembenemend! Uitgestrekte bossen met een voor Lapland unieke mix van dennen- en sparrenbomen, afgewisseld met grote meren en hier en daar een fell of kleine berg die als een puist uit het glooiende landschap steekt. Vergis u niet in het ruige karakter van deze fells. Het zijn misschien maar molshoopjes van amper 500 m hoogte, maar het koude continentale klimaat van deze streek zorgt ervoor dat er daarboven een arctisch klimaat heerst waar bomen amper kunnen groeien en toendra vegetatie de plak zwaait.

Anders dan de rest van Fennoscandië (Scandinavië + Finland voor u en ik), waar het weer bepaald wordt door de golfstroom en vochtige lucht vanuit de Atlantische oceaan of Baltische zee, wordt het klimaat hier bepaald door continentaal weer uit Rusland. Daarom zijn zomers hier warmer, en winters hier kouder dan elders op de 66e breedtegraad. Alleszins, dat zou zo moeten zijn, maar de laatste jaren zijn winters hier te warm. Jawel mensen, de opwarming van de aarde is geen fabeltje…

Maar goed, laat ik maar overgaan tot de foto’s van afgelopen week. Per activiteit gesorteerd onderscheiden we:

Sneeuwschoen excursie in Oulanka National Park, waar Finland’s grootste waterval te vinden is, de Kiutaköngäs:

IJsvissen op het Oivangi meer:

Husky slee tours bij Erä-Susi, een grote huskyfarm en Kota Husky, een kleine farm gerund door een sympathiek koppel oud studenten IWG!)

Snowscoot of skidoo safari van 120km naar de Russische grens en terug. Een goede test van je outhoudingsvermogen, want da’s een goeie 6 uur in het zadel op één dag, met een gemiddelde snelheid van 40km/u door veeleisende trails vol bulten en wasborden, vast komen te zitten in de diepsneeuw en het overwinnen van steile hellingen. Vanop Kuntivaara fell kijk je uit over uitgestrekt Mother Russia…

Op mijn vrije dag heb ik sneeuwschoenen aangetrokken om Riisitunturi National Park te bezoeken: een hoogplateau met uitzicht over het Kitka meer en de beste plek in de omgeving om de Tukku te bewonderen: dat is het fenomeen van volledig ondergesneeuwde bomen. Door het gewicht van de sneeuw blijven deze bomen klein van gestalte en zijn ze vaak ook nog eens kromgegroeid. De smalle sparren op lager gelegen latitudes worden kaarsen genoemd, omdat ook zij hun takken niet ver kunnen uitspreiden vanwege het gewicht van de sneeuw, dat al gauw een ton kan wegen. Het resultaat is een surreëel landschap, dat evengoed thuis zou kunnen zijn op een andere planeet. Prachtig gewoon!

 

Lapland en massatoerisme

Na mijn eerste stageweek leek het mij tijd om al eens de balans op te maken. De initiële verrukking van het besneeuwde noorden heeft al snel plaats gemaakt voor een iets genuanceerder beeld. Het is hier nog steeds magnifiek prachtig, versta mij niet verkeerd, het is alleen het soort toerisme dat mij hier sterk tegenvalt.

Het bedrijf waar ik stage doe, is een familiebedrijf dat gespecialiseerd is in snowscoot safari’s, riverfloating en wandelingen met de sneeuwschoenen. Ze werken ook samen met andere familiebedrijven in de buurt, zoals een rendier- en huskyfarm, of een bedrijfje dat zich specialiseert in ijsvissen. Op die manier kunnen ze aan alle noden en wensen van de klanten voldoen. Op zich niks op tegen, maar het is hier echt bandwerk en met een echte natuurbeleving heeft het niets te maken.

Afgelopen week hebben we twee chartervluchten met 400 Spanjaarden moeten accomoderen. Eerst alle winter overalls, handschoenen en laarzen inpakken en verdelen onder alle hotels en vakantiehuisjes en dan bussen vol volk verwelkomen en meenemen op hun gekozen programma. Voorzien van Spaanse vertalers en bijgestaan door hun eigen animatoren, namen we hen mee op snowscoot safari’s van een uur tot twee uur (lees: file rijden tegen 20 per uur en vergast worden door de uitlaatgassen), een sneeuwschoen trekking van 500 m van de parking naar de waterval, nog eens 500 m van de waterval naar het kampvuur (bibi heeft dozijnen sausissen staan braden en warme dranken staan uitdelen aan verkleumde Spanjaarden) en weer 500 m naar de parking, of een combi sneeuwschoen/ijsvissen (lees 250 m met de sneeuwschoenen van de autobus naar het bevroren meer, waar ze een uurtje mogen ijsvissen, een warme versnapering krijgen (van bibi) en weer 250 m naar de autobus om dan afgezet te worden aan het restaurant. Mijn planten- en dierenkennis kwamen niet aan bod en met mensen door de wildernis gidsen had het ook weinig te maken. Vandaag heb ik heel de dag met de bestelwagen rondgereden langs alle hotels en vakantiehuisjes om plastic zakken vol gebruikte overalls en laarzen weer op te halen.

Soit, ik weet nu alleszins dat ik dit soort werk van zijn leven niet wil doen, en als ik de uitgebluste, gedemotiveerde en onderbetaalde collega’s zie, lijkt me dat geen slecht plan. Nee, ik heb andere plannen. Ik wil mensen een echte natuurbelevenis aanbieden. Ze door echte wildernis loodsen en hen iets bijbrengen over de natuur waarin ze zich bevinden, of hen de technieken tonen die onmisbaar zijn om in die natuur te kunnen overleven. Dat zal wellicht ook een ander soort publiek aantrekken denk ik, waarmee ik overigens geen kwaad woord wil zeggen over het type toerist dat bij Rukaadventures een snowscoot safari boekt. Ik heb gezien hoe die mensen oprecht opgetogen waren over hun vakantie, maar mij deed het allemaal niets.

Op een bijeenkomst van oud-leerlingen van onze school, zei Huck Middeke (wildernisgids extraordinaire en Ted-ex spreker) onlangs het volgende: de (moderne) mensheid is ongeveer 200.000 jaar oud. Het overgrote deel van die 200.000 jaar hebben we als jager-verzamelaar doorgebracht in de natuur, die daarom onze natuurlijke habitat kan genoemd worden. Sinds we planten en dieren hebben gedomesticeerd zo’n 10.000 jaar geleden en vooral sinds de industriële revolutie vanaf de 18e eeuw, zijn mensen tegenwoordig totaal vervreemd van deze natuur. Een wildernisgids heeft dan ook de unieke taak om mensen weer kennis te laten maken met die natuur. De heilzame werking van een bezoek aan de natuur is meermaals bewezen. Een wandeling, of beter nog, een trekking van een paar dagen, vergezeld door een wildernisgids, is misschien de enige kans in een mensenleven om weer in contact te komen met die natuur, de wieg van waaruit het mensdom gekomen is.

Toen vroeg hij aan de oud-leerlingen, intussen professionele wildernisgidsen, of de job aan hun verwachtingen als student voldoet, wat wel enige consternatie in de zaal veroorzaakte. Vervolgens vroeg hij zich af of de mensen die in Finland een vakantie boeken, op zoek zijn naar natuurbeleving of gewoonweg kiezen voor een activiteit, zoals bijvoorbeeld snowscoot of sneeuwschoen (wat op zich slechts een middel is om in die natuur te geraken). En of de markt inspeelt op die wensen, of eerder die middelen promoot en op die manier de toeristen beïnvloed door hen te laten geloven dat ze dat allemaal moeten geprobeerd hebben.

Die woorden resoneren nog steeds in mijn hoofd…

De Spanjaarden zitten intussen terug op het vliegtuig. Volgende week is het de beurt aan de Britten en de Chinezen…

 

Op stage in Lapland

Eindelijk! … Eindelijk zijn die lange, saaie, donkere dagen in Kuru voorbij. Geen lessen meer in het klaslokaal, geen huiswerk meer in mijn kamertje waarvan ik het gevoel krijg opgeslokt te worden door de vier muren, geen druilerige regen, smeltsneeuw en modder meer.

Onze redding is mijn auto, een volle tank, koffie met doughnuts en 700km noordwaarts. De komende drie weken verblijf ik met klasgenoot Hervé in Ruka, de poort naar Lapland, om er stage te volgen bij Ruka Adventures, een family-run business met als specialiteiten snowscoot, huskytours, rendiersledetochten, ice-carting (menig bekend F-1 piloot komt hier ‘s winters rondjes rijden), ice-fishing, snowshoe- en langlauf trektochten en noorderlicht safari’s.

Lapland in de winter is één groot toeristisch circus. Ruka is een skioord met menig sjiek hotel, dat evengoed in Zwitserland kon liggen en waar meer Frans of Spaans wordt gesproken dan Fins. Toeristen betalen hier veel geld voor een uurtje rendierslee, of een voormiddagje snowscoot met lunch. Hypercommercie ligt mij niet zo en staat ook mijlenver van wat ikzelf later als gids zou willen doen. Toen ik hier gisteren aankwam dacht ik dan ook dat deze drie weken verschrikkelijk lang zouden duren.

Dag één on the job en ik moet zeggen dat ik mij al kostelijk heb geamuseerd. Met een snowscoot leren rijden (90km/u gehaald op een bevroren meer!), rendieren mogen verzorgen, klanten bedienen met eten en drinken, ‘s avonds op noorderlicht jagen en fotograaf mogen spelen voor een pasgetrouwd Indisch koppel dat dit lichtspel wou zien voor hun honeymoon, en dit is nog maar dag één en er zijn er nog twintig te gaan…

Laat ik de foto’s maar de rest van het verhaal doen. Verwacht jullie maar aan een regelmatige blogupdate, Lapland ís écht magisch…!!!

Pikkujoulut en Kalevala

Dag lieve mensen en welkom op deze wekelijkse update van mijn Fins avontuur. Voorbije week was de saaiste van heel de opleiding tot nu toe. Deze keer werden er geen messen gesmeed, geen elanden bejaagd en geen straffe toeren uitgehaald in het weekend. Het was een normale schoolweek, die in de klas op de schoolbanken werd doorgebracht. Nochtans zijn vakken zoals Finse mythologie, ecologie, evolutieleer, de karakteristieken van een sneeuwkristal, winter overlevingsstrategieën van planten en dieren, de cycli van water, koolstof en stikstof best wel interessante materie. Maar na al het spectaculaire dat we hier al hebben meegemaakt, is een doorsnee schoolweek best wel een domper op de feestvreugde. Daarenboven zijn november en december hier de donkerste dagen. Iedereen voelt zich moe en futloos en eens de school gedaan is verdwijnt men achter de deur van zijn of haar kamer om niet meer gezien te worden en aan hibernatie te doen.

Het zijn de donkere dagen, waarin de paganist in de Fin naar boven komt. Ze mogen dan wel brave christenen zijn, maar dat is slechts een dun laagje vernis op een gitzwarte ziel, gevormd door millennia van overleven in donkere wouden. De Finnen zijn pas in de loop van de 13e eeuw gekerstend, moet u weten, en daarvoor waren paganisten, halve wilden die nog in de prehistorie leefden. De Finse mythologie staat dan ook bol van verhalen over bosgeesten, huisgeesten, mythische wezens en enkele stoutmoedige helden die het gevecht met deze entiteiten aangingen.

Gallen-Kallela_The_defence_of_the_Sampo

Al deze verhalen zijn gebundeld in de Kalevala, het Fins nationaal epos, dat in de 19e eeuw pas verscheen in tijden van nationaal sentiment en de wil om los te scheuren van Rusland en Zweden, die Finland jarenlang hebben overheerst. Die onafhankelijkheid hebben de Finnen pas gekregen in 1918 na een bloedige burgeroorlog tussen bolsjewieken en witte gardisten. Volgend jaar wordt dan ook het 100 jarig bestaan van de Finse staat gevierd.

Vrijdag 24 november is het traditioneel Pikkujoulut of pre-kerstmis feest. Jawel, de Finnen vieren twee keer kerstmis! Maar waar de echte kerst gereserveerd is voor familie, is de pikkujoulut vooral bedoelt om met vrienden de stad in te gaan en zich ongelooflijk te bezatten. Na een saaie week zonder noemenswaardige hoogtepunten, klonk dit als muziek in de oren. Dus ging het per overvolle auto richting Nokia, voor het pre-feestje bij een klasgenoot thuis, en daarna naar Tampere voor het zwaardere werk. Maar omdat we als groep niet eens geraakten over dansen in de club, of gezellig keuvelen rond een tafel, draaide het uit op een sisser. Het etablissement waar voor elk wat wils werd beloofd, werd slechts bevolkt door overjaars volk dat reeds vroeg een glaasje teveel op had en dansen op Abba of Boney M is ook slechts leuk voor heel even.

Om onze ziel te louteren van al dat werelds vermaak, besloten Fransman Jere en ik om de volgende nacht in het bos te spenderen. Met een voorraad makkara, peekesstoemp, mosterd en een goeie fles wijn trokken we naar een laavu in de buurt. Heerlijk eten in de buitenlucht, een knappend vuurtje en een warme slaapzak: meer moet een mens soms niet hebben.

Was het de wijn die onze zintuigen benevelde, of hebben we echt geesten gezien? Vreemde lichtschijnselen tussen de bomen, gevolgd door het bezoek van de dochter van de bosgod aan ons vuur, die de gedaante aanneemt van een mooi meisje met gitzwart lang haar en een huid zo blank als sneeuw en die naar je glimlacht maar geen woord zegt. Tot je per ongeluk een stuk sparrehout op het vuur gooit, en ze als een raaf wegvliegt onder luid gekraai en je dan pas merkt dat haar rug uit sparrebast bestaat dat in lichterlaaie staat, de vonken in het rond spreidend…

Ook wij moeten onbewust half in de onderwereld zijn beland, gezien we slechts half op de foto staan. Heb de volgende dag toch maar wijselijk wat havermout in een zakje achtergelaten om de haltija’s of de huisgeesten die deze Laavu bevolken gunstig te stemmen.

 

Smeden met Mikko

Een belangrijke eigenschap voor een wildernis gids is zelfredzaamheid. Vindingrijkheid is er ook ene en handige vingers hebben is een plus. Daarom hebben we deze week geleerd hoe we zelf een mes kunnen smeden. Niet dat je alle benodigdheden om een mes te maken zomaar in de natuur vindt, voor moest je er eentje nodig hebben in een survival situation, maar een handige oefening is het wel en het is één van de hoogtepunten in deze opleiding waar ik reeds langer naar uitgekeken heb.

Alles begint bij een goed ontwerp. We moesten het wel simpel houden. Het is maar een oefening en we hebben slechts één week om het mes te creëren, dus wat niet afgeraakt in die week zal wellicht ook nooit afgewerkt worden nadien. Een traditioneel Fins puukko mes is vrij eenvoudig en in tegenstelling tot vele bushcraft en survival messen is het vrij klein en licht. Het lemmet is slechts zo lang als je handpalm breed is en volgens Turkka Aaltonen is dat alles wat je nodig hebt om karkassen te villen en feather sticks te maken om je kampvuur in gang te krijgen. Mijn mes zou iets moeten worden dat het midden houdt tussen de twee ontwerpen die ik in het klaslokaal uitgetekend heb.

DSCN6476

In de smidse kon het smeden beginnen. Eerst wordt de tang gesmeedt, dat is het gedeelte waar je handvat over komt. Daarna pas wordt de snede vormgegeven door het staal uit te hameren. Dat staal is koolstofrijk carbonstaal, dat oranjerood tot okergeel moet worden verhit om het bewerkbaar te maken. Dat wil zeggen bij een temperatuur van om en bij de 800-900 graden. Teveel en het staal brand op, te weinig en het staal zou kunnen barsten onder de hamer.

 

Als de ruwe vorm is bekomen, kunnen de imperfecties worden weg gevijld. De tang moet taps toelopen naar het uiteinde toe en gans het mes moet het dikst zijn op de overgang van de tang naar het lemmet. Daar moet immers een koperen ring komen, die voorkomt dat het houten handvat van de tang over het lemmet kan schuiven.

 

Daarna wordt het handvat vormgegeven en het staal getemperd. Dat wil zeggen dat het staal kort en hevig wordt verhit onder een vlam van 3000 graden, zodat de moleculen in het staal, die onder de hamer allerlei onregelmatigheden heeft gekregen, weer worden verdeeld en herzet. Even belangrijk is de snelle afkoeling in een bad olie. Dat geeft het staal de nodige hardheid. Maar hard wil ook zeggen breekbaar. De snede van het mes moet allerlei taken kunnen uitvoeren zonder dat die afbreekt. Om het mes de nodige souplesse te geven wordt het een halfuurtje in een conventionele oven verwarmd op 200-250 graden. Belangrijk daarbij is erop te letten dat het staal een bruingele kleur krijgt. Slaat het staal blauw uit, dan wordt het te zwak en kan het temperen en annealen weer van voor af aan beginnen (zoals in mijn geval).

 

Waar de vorm van het mes vooral gedicteerd wordt door de kunde van de smeder (in ons geval 0,0, waardoor het mes vooral de vorm heeft gekregen die het staal ons oplegde), kon op het handvat al onze creativiteit losgelaten worden. Sommigen gingen figuratief te werk, anderen kozen voor een combinatie van verschillende houtsoorten, gecombineerd met berkenschors of leer. Onder het gekende wildernisgidsenmotto KISS (Keep It Safe and Simple) heb ik voor eenvoud gekozen. Ik wou dat het ding vooral af zou geraken voor de week uit was! Dat gebeurde dan ook op de valreep. De schede zullen we dan ook maar komende lente maken aangezien daar nu geen tijd meer voor was.

 

Daarna wordt alles aan elkaar gelijmd en wordt het uiteinde van de tang gerivetteerd om te voorkomen dat de boel zou loskomen. Als dat gedaan is kon het handvat, met koperen ringen en al op de belt sander worden afgewerkt en de snede op het lemmet worden aangescherpt op de wetsteen. Nu nog een likje olie of wax op het hout en klaar is kees.

 

Al is mijn lemmet wat de dun uitgevallen, toch ben ik content met het resultaat. Dit wordt mijn zoon zijn eerste mes! Hij is er nu twee. Volgens handicrafts leraar Mikko is hij over een jaar rijp op een mes te krijgen. Zijn kinderen hebben in elk geval op hun derde verjaardag al een vlijmscherp mes gekregen. Jong geleerd is oud gedaan…